Mijn paard beschermen

Stalmanagement

Een goed stalmanagement is de sleutel tot de controle van rhinopneumonie. In normale omstandigheden zullen volgende maatregelen helpen om het verspreiden van virus tegen te gaan:

  • vermijden van stress
  • verdelen van paarden in kleinere groepen
  • isoleren van nieuwe paarden bij aankomst
  • trainings- of sportpaarden scheiden. Ze zijn gevoeliger om besmet te worden (circuleren veel en zijn vaak onderworpen aan de stress van transport en training) en kunnen het virus overdragen naar de andere paarden en drachtige merries met risico op abortus.
Vraag advies aan uw dierenarts!

Vaccinatie

Vaccinatie speelt natuurlijk eveneens een essentiƫle rol. Door uw paarden regelmatig te vaccineren behouden ze een vrij goede weerstand tegen het virus. Zo zijn ze zelf beter beschermd tegen de ziekte, maar zullen ze ook minder virus uitscheiden naar andere paarden en de verspreiding van virus verminderen. Vaccinatie kan echter geen 100% bescherming geven en moet daarom gecombineerd worden met een goed management om een hoge infectiedruk te vermijden. Het vaccineren van de hele stal zorgt voor groepsimmuniteit met als gevolg een betere controle van het equine herpesvirus.

VACCINEREN, DAT IS UW PAARD BESCHERMEN, MAAR OOK DE ANDEREN!

Vragen

Moet mijn paard gevaccineerd zijn?

Er zijn op dit moment geen wettelijke verplichtingen voor vaccinatie tegen het equine herpesvirus. Maar vanwege de aard van deze ziekte, kunnen stallen of wedstrijdorganisaties aandringen om paarden te vaccineren. Vaccinatie is zo bijvoorbeeld wel verplicht bij deelname aan de aanlegtesten van het KWPN. Algemeen is het sterk aangeraden paarden regelmatig te vaccineren om het aantal en de uitgebreidheid van uitbraken te verminderen.

Kunnen paarden gevaccineerd worden bij een uitbraak?

Paarden kunnen gevaccineerd worden wanneer er in de buurt een uitbraak is. Vaccinatie verhoogt de weerstand tegen rhino en vermindert de virusuitscheiding. Zo zal de verspreiding van virus onderdrukt worden. Aangezien er gewerkt wordt met dode vaccins is het onmogelijk dat een paard rhinopneumonie ontwikkelt door de vaccinatie. Het vaccineren van zieke paarden heeft geen zin.

Beschermt vaccinatie tegen zenuwstoornissen?

Onderzoek naar de doeltreffendheid van vaccinatie in de bestrijding van zenuwstoornissen wordt bemoeilijkt door het feit dat niet iedere besmetting met EHV-1 leidt tot deze symptomen. Het is wel zo dat grote uitbraken van zenuwstoornissen wereldwijd gecorreleerd zijn met de afwezigheid van antistoffen. Epidemiologische onderzoeken tonen aan dat er duidelijk minder klinische problemen zijn in die bedrijven met een vaccinatiebeleid.

5-STAPPENPLAN BIJ EEN UITBRAAK 3

1

Contacteren van uw dierenarts en snelle diagnose

2

Preventie van verdere virusverspreiding:
• Reinigen en desinfecteren van de omgeving, stal, materialen
• HygiĆ«nemaatregelen
• Isoleren van besmette paarden

3

Managen van de zieke paarden: ondersteunende behandeling. Er bestaat geen specifieke behandeling voor rhino.

4

Sluiten van de stal (geen transport van paarden in en uit de stal) tot ongeveer 4 weken na het laatste zieke paard. Ook niet-zieke paarden kunnen namelijk virus uitscheiden!

5

Vaccinatie van paarden met een verhoogd besmettingsrisico. In eerder gevaccineerde paarden kan een boostervaccin leiden tot een snelle immuunrespons en bijdragen tot een verminderde verspreiding van virus