Besmetting

VIA DE LUCHTWEGEN OF REACTIVATIE

Rhinopneumonie is een besmettelijke virale ziekte, die zich verspreidt tussen paarden via de luchtwegen. Overdracht gebeurt door:

  • direct contact met de neusvloei van een besmet paard
  • indirect contact (via de mens, materiaal, lucht over korte afstand,…)
  • In het geval van abortus: de foetus, het vruchtwater, de nageboorte en vaginale uitvloei. Goede hygiënemaatregelen zijn hier essentieel!
Bovendien zijn bijna alle paarden levenslange dragers. Ze kunnen het ‘slapende’ equine herpesvirus steeds opnieuw reactiveren, uitscheiden en zo een bron van besmetting worden voor andere paarden. Hierdoor kan EHV-geassocieerde ziekte zelfs in een gesloten groep paarden optreden zonder een voorafgaande blootstelling aan een externe besmettingsbron.

Ehv-1: één virus met drie symptomen

Het is belangrijk te onthouden dat één en hetzelfde virus, namelijk EHV-1, zowel luchtwegproblemen als abortus als zenuwstoornissen kan veroorzaken. Zo kan bijvoorbeeld het virus uitgescheiden door een jaarling met luchtwegproblemen, abortus veroorzaken bij een drachtige merrie, maar het virus van een aborterende merrie kan eveneens de oorzaak zijn van zenuwsymptomen bij een ander paard in de stal. Daarom zal bijvoorbeeld het scheiden van jonge paarden en sportpaarden van de drachtige merries één van de maatregelen zijn om de verspreiding van rhinopneumonie te voorkomen.

Oorzaak achterhalen

De tijd tussen besmetting (of reactivatie) en het verschijnen van symptomen kan sterk variëren van enkele dagen tot weken of zelfs maanden!

Bij luchtwegproblemen heeft de besmetting met het equine herpesvirus meestal 2 tot 10 dagen vóór het optreden van de eerste symptomen plaatsgevonden. Bij een abortus kan de besmetting met EHV een week tot meerdere maanden vóór de abortus gebeurd zijn. Bijvoorbeeld: een merrie die in de winter besmet werd via contact met een veulen met luchtwegaandoeningen, kan aborteren in de volgende lente of dus 2 maanden later; maar een drachtige merrie op een fokkerij, besmet door de abortus van haar buurvrouw, kan eveneens al enkele dagen later aborteren. Het is belangrijk om hier rekening mee te houden wanneer men de oorzaak van de besmetting probeert te achterhalen.

Lees meer

DIAGNOSTIEK

Een snelle bevestiging van rhinopneumonie is zeer belangrijk bij het managen van een uitbraak. Uw dierenarts kan hiervoor een monster uit de neus/keelholte nemen of bloed nemen. In het geval van abortus, kunnen de foetus, de nageboorte of een vaginaal monster getest worden.

Het is aanbevolen om de paarden, die mogelijk in contact met het zieke paard zijn geweest, eveneens te testen. Het regelmatig controleren van de lichaamstemperatuur van paarden met besmettingsrisico is bovendien sterk aangeraden. Koorts is namelijk het eerste alarmsignaal.