Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

Suvaxyn CSF Marker

Werkzaam bestanddeel

Levend recombinant Boviene virus diarree virus waaruit het E2-gen verwijderd is en dat

E2 van het klassieke-varkenspestvirus (CP7_E2alf) bevat 104,8* tot 106,5 TCID**50.

* Ten minste 100 PD50

** Tissue culture infectious dose

Doeldier

Varken.

Indicaties

Voor de actieve immunisatie van varkens vanaf een leeftijd van 7 weken ter preventie van mortaliteit en ter reductie van infectie en ziekte veroorzaakt door het klassieke varkenspest virus (KVPV).

Aanvang van de immuniteit: 14 dagen.

Duur van de immuniteit: ten minste 6 maanden.

Dosering en toediening

Intramusculair gebruik.

Het lyofilisaat aseptisch reconstitueren met het oplosmiddel teneinde een suspensie voor injectie te verkrijgen. Na reconstitutie hoort de suspensie te bestaan uit een licht roze, heldere vloeistof.

Primaire vaccinatie

Een enkele dosis van 1 ml intramusculair toedienen aan biggen vanaf een leeftijd van 7 weken.

Contra-indicaties
Geen.

Wachttermijn 
Nul dagen.

Bijwerkingen 
Geen bekend.

Speciale waarschuwingen & bijzondere voorzorgen

De documentatie die voor dit vaccin verstrekt is, ondersteunt dat het alleen in geval van een uitbraak mag worden gebruikt voor groepen dieren binnen beperkingsgebieden.

Bij challenge studies is een gebrek aan bescherming tegen transplacentaire overdracht van het KVPV gebleken. Zeugen dienen daarom niet gevaccineerd te worden, vanwege de kans dat er persistent geïnfecteerde immunotolerante nakomelingen geboren worden. Persistent geïnfecteerde immunotolerante biggen vormen een zeer groot risico. Zij scheiden namelijk het veldvirus uit, terwijl ze vanwege hun seronegatieve status niet met serologisch onderzoek te identificeren zijn.

In studies bij biggen met maternale antistoffen bleek het vaccin minder bescherming te bieden dan in studies bij biggen zonder maternale antistoffen.

Er is geen onderzoek met gevaccineerde dekberen gedaan naar eventuele uitscheiding van virulent challenge virus in het sperma. Bij gebruik van het vaccin bij experimenteel onderzoek met dekberen zijn geen veiligheidsrisico's waargenomen. De beslissing om dekberen en biggen met maternale antistoffen al dan niet te vaccineren, dient daarom te worden gebaseerd op de betreffende uitbraaksituatie en de in verband daarmee ingestelde beperkingsgebieden.

In geval van een uitbraak zouden RT-PCR-methoden gebruikt kunnen worden om onderscheid te maken tussen het genoom van het vaccinvirus en het genoom van veldstammen, aangezien CP7_E2alf over unieke sequenties beschikt.

Speciale voorzorgsmaatregelen voor gebruik bij dieren

Uitsluitend gezonde dieren vaccineren.

Het genoom van het vaccinvirus is tot 63 dagen na vaccinatie in zeldzame gevallen met behulp van RT-PCR aan te tonen in tonsillen en lymfeklieren en het vaccinvirus is in de eerste week na vaccinatie in zeer zeldzame gevallen met behulp van virusisolatie aan te tonen in tonsillen. Uitscheiding van het vaccinvirus is echter niet aangetoond maar kan niet worden uitgesloten.

Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door degene die het geneesmiddel aan de dieren toedient

In geval van accidentele zelfinjectie dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond.

Registratienummer

REG NL 113458

Nadere informatie

Zie bijsluiter of op aanvraag.