Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

Dinolytic

Behandeling van vruchtbaarheidsproblemen van varkens, runderen en paarden

Werkzaam bestanddeel 

Per ml:
Dinoprost (dinoprost tromethamine) 5 mg 

Doeldier

Rund, varken en paard.

Indicaties 

RUNDEREN
Het product wordt gebruikt bij de volgende indicaties:
- oestrusinductie;
- gecontroleerde fokkerij in normaal cyclische melkkoeien:
- oestrussynchronisatie
- ovulatiesynchronisatie in combinatie met GnRH of GnRH analogen als onderdeel van blinde inseminatie protocollen.
- behandeling van suboestrus (stille of gemiste bronst);
- behandeling van pyometra, pyometritis en endometritis (individueel of bedrijfsgebonden);
- inductie van abortus;
- inductie van de partus, inclusief die gevallen waar sprake is van complicaties zoals gemummificeerde foetus, hydrops amnii enz.

PAARDEN
- oestrusinductie (stille of gemiste bronst, veulenbronst).

VARKENS
- partusinductie;
- post-partum: bij zeugen met puerperale problemen, zoals metritis. Behandeling vermindert de kans op het uitlopen van het interval spenen-oestrus en/of speneneerste vruchtbare dekking.
Groepsbehandeling kan plaatsvinden op aanwijzing van de praktiserend dierenarts.

Toedieningswijze en dosering 

Toediening: intramusculair.

KOEIEN EN VAARZEN
De algemene dosering bedraagt 25 mg dinoprost of 5 ml product per dier.
Koeien en vaarzen die behandeld worden tijdens dioestrus, komen normaal in oestrus en ovuleren binnen de één tot vijf dagen na de behandeling.

- Oestrussynchronisatie: bij cyclerende runderen
Injecteer 5 ml product (25 mg dinoprost) intramusculair, en insemineer zodra de dieren in oestrus komen. Behandeling eventueel na 10-12 dagen herhalen.

- Dinolytic kan worden gebruikt in protocollen voor blinde inseminatie om ovulatie te synchroniseren in normaal cyclische melkkoeien op elk moment van de lactatie. De volgende protocollen zijn vaak genoemd in de literatuur:

• Dag 0 Injecteer GnRH of analoog
• Dag 7 Injecteer 5 ml Dinolytic intramusculair
• Dag 9 Injecteer GnRH of analoog
• Kunstmatige inseminatie 16- 20 uur later, of indien eerder, bij waarnemen oestrus

Alternatief:
• Dag 0 Injecteer GnRH of analoog
• Dag 7 Injecteer 5 ml Dinolytic intramusculair
• Kunstmatige inseminatie en injecteer GnRH of analoog 60-72 uur later, of indien eerder bij
waarnemen oestrus.

Om de bevruchtingspercentages van de te behandelen koeien te maximaliseren, moet de status van het ovarium worden bepaald en een normale cyclische ovarium activiteit worden bevestigd. Optimale resultaten zullen worden behaald in gezonde normaal cyclische koeien.

- Suboestrus (stille of gemiste bronst en persisterend corpus luteum): na controle op de aanwezigheid van een actief corpus luteum wordt 5 ml product (25 mg dinoprost) intramusculair toegediend. De dieren kunnen derhalve gedekt of kunstmatig geïnsemineerd worden.

- Pyometra en endometritis: pyometra gaat bijna steeds gepaard met een persisterend corpus luteum.
De regressie van dit laatste resulteert in de eliminatie van purulente secreties. Bij langdurige gevallen moet de behandeling na 10 tot 12 dagen worden herhaald. In bedrijven die kampen met chronische endometritis wordt aangeraden alle runderen te behandelen tussen de 15de en 20ste dag na de partus.

- Inductie van abortus: tussen de 5-de en de 120-ste dag van de dracht 5 ml product (25 mg dinoprost) toedienen resulteert meestal in het verwerpen binnen 4 dagen na de behandeling. Hoe verder de dracht gevorderd is, hoe moeilijker de inductie van de abortus. Zo zal men altijd het verwerpen moeten controleren door observatie van de oestrus of door drachtigheidscontrole. Eventueel de behandeling herhalen.

- Partusinductie: het toedienen van 5 ml product (25 mg dinoprost) na de 270ste dag van de dracht induceert de partus; de partus treedt op 1 tot 8 dagen (gemiddeld 3 dagen) na de toediening. Retentie van de nageboorte vormt een nog veel voorkomende complicatie van deze therapie.

PAARDEN
Bij merries wordt 1 ml product (5 mg dinoprost) toegediend tussen de 4e en 13e dag van de cyclus.
Merries die behandeld worden tijdens dioestrus zullen normaal gezien binnen de 2 à 4 dagen hengstig worden en ovuleren 8 tot 10 dagen na de behandeling.

VARKENS
- Partusinductie: na berekening van de gemiddelde draagtijd op het bedrijf (varieert van 111 tot 115 dagen), kunnen zeugen en gelten binnen de 3 dagen voor het einde van deze berekende draagtijd ingespoten worden met 2 ml product (10 mg dinoprost). De partus treedt op gemiddeld 33 uur na de inspuiting: deze periode varieert echter van dier tot dier. Door toediening van oxytocine 20 uur na PGF, krijgt men een meer nauwkeurige timing.

- Post-partum gebruik bij zeugen: éénmalig 2 ml product (10 mg dinoprost) 24 tot 48 uur na het werpen.

Contra-indicaties

Niet toedienen aan:
- dieren met acute of subacute stoornissen van het vasculair, gastro-intestinaal en respiratoir stelsel.
- drachtige koeien en merries tenzij abortus is gewenst. Het gebruik van dinoprost bij drachtige merries kunnen reeds abortief werken bij doseringen van 1,25 tot 2,0 mg.

Wachttermijn 

(Orgaan)vlees: Nul dagen
Melk: Nul dagen

Bijwerkingen 

RUNDEREN
Gelokaliseerde bacteriële infecties op de injectieplaats kunnen voorkomen.

PAARDEN
De meest voorkomende bijwerkingen zijn zweten en daling van de rectale temperatuur; deze effecten waren echter in alle gevallen van voorbijgaande aard. Andere mogelijke reacties zijn lichte koliekachtige verschijnselen; verhoogde hartslag en ademhalingsfrequentie, lichte incoördinatie en neerliggen. Deze bijwerkingen treden meestal binnen de 15 minuten na injectie op en verdwijnen binnen het uur.

Speciale waarschuwingen & Bijzondere voorzorgen 

Speciale waarschuwingen voor elke diersoort waarvoor het diergeneesmiddel bestemd is

Het te vroeg, eerder dan 2-3 dagen voor het einde van de te verwachten draagtijd, induceren van de partus bij varkens kan leiden tot de geboorte van niet levensvatbare biggen.

Speciale voorzorgsmaatregelen bij gebruik

Zoals met alle injectiepreparaten dient strikte asepsis in acht genomen te worden om bacteriële infecties op de injectieplaats te vermijden. Bij de eerste tekenen daarvan moet onmiddellijk een aangepaste antibiotische behandeling worden toegediend. Inductie van abortus of partus met exogene stoffen kan de kans op dystocie, foetale sterfte, retentie van de placenta en/of metritis verhogen. Het product bezit geen werkzaamheid binnen de 5 dagen na de ovulatie bij paard en rund. Accidentele toediening aan niet-cyclerende runderen heeft geen nadelige gevolgen voor latere fertiliteit.

Zwangere vrouwen en Carapatiënten mogen niet in aanraking komen met het product. Indien de huid in aanraking komt met dit product dient men deze onmiddellijk goed met water af te spoelen.

Registratienummer

REG NL 9242

Nadere informatie 

Zie bijsluiter of op aanvraag