Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

Cydectin TriclaMox

WERKZAAM BESTANDDEEL
Per ml:
Werkzame bestanddelen:
Moxidectine 1,0 mg
Triclabendazol 50,0 mg

DOELDIER
Schaap

INDICATIES
Voor de behandeling van gemengde nematode- en leverbotinfecties die veroorzaakt zijn door voor moxidectine en triclabendazol gevoelige stammen van:

Parasieten

Behandeling
Volwassen stadia L4 Geïnhibeerde stadia
NEMATODEN      
Maag-darmwormen:      
Haemonchus contortus X X X
Teladorsagia circumcincta X X X
Ostertagia trifurcata X X  
Trichostrongylus axei X X X
Trichostrongylus colubriformis X X  
Trichostrongylus vitrinus X X  
Nematodirus battus X X  
Nematodirus spathiger X X  
Nematodirus filicolis X    
       
Strongyloides papillosus   X  
Cooperia curticei X    
Cooperia oncophora X X  
Oesophagostomum columbianum X X  
Oesophagostomum venulosum X    
Chabertia ovina X X  
Trichuris ovis X    
Longwormen:      
Dictyocaulus filaria X    
TREMATODEN      
Leverbot: Volwassen stadium Vroeg onvolwassen stadia Laat onvolwassen stadia
Fasciola hepatica X X X

 

Het diergeneesmiddel heeft een aanhoudende werkzaamheid en beschermt schapen tegen infectie of herinfectie met de volgende parasieten gedurende de aangegeven periode:

Soort beschermingsperiode (dagen):
Teladorsagia circumcincta 35
Haemonchus contortus 35

In klinische onderzoeken is na experimentele en natuurlijke infectie aangetoond dat het diergeneesmiddel effectief is tegen bepaalde voor benzimidazol resistente stammen van:
- Haemonchus contortus
- Teladorsagia circumcincta
- Trichostrongylus colubriformis
- Cooperia curticei

TOEDIENINGSWIJZE EN DOSERING
Dient te worden gegeven als een enkelvoudige orale drench van 1 ml/5 kg lichaamsgewicht, overeenkomend met 0,2 mg moxidectine/kg lichaamsgewicht en 10 mg triclabendazol/kg lichaamsgewicht, met een standaard drenchapparaat. Voor een juiste dosering moet het lichaamsgewicht zo nauwkeurig mogelijk bepaald worden; de nauwkeurigheid van het doseerhulpmiddel dient te worden nagegaan.

Als dieren groepsgewijs behandeld worden in plaats van individueel, dienen zij op gewicht te worden ingedeeld in groepen en moet de toe te dienen dosis op basis daarvan worden berekend, dit om onder of overdosering te vermijden.

CONTRA-INDICATIES
Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor de werkzame bestanddelen of een van de hulpstoffen.

WACHTTERMIJN
(Orgaan)vlees: 31 dagen.
Melk: Niet goedgekeurd voor gebruik bij ooien die melk voor menselijke consumptie produceren, inclusief tijdens de droogstand. Niet gebruiken binnen 1 jaar voorafgaand aan het eerste lammeren bij ooien die zijn bestemd voor de productie van melk voor menselijke consumptie.

BIJWERKINGEN
Geen bekend.

SPECIALE WAARSHUWINGEN & BIJZONDERE VOORZORGEN
De volgende situaties dienen vermeden te worden, omdat deze de ontwikkeling van resistentie bevorderen en uiteindelijk kunnen leiden tot ondoeltreffendheid van de behandeling:
- herhaald gebruik van anthelmintica van eenzelfde groep gedurende een langere periode,
- onderdosering, door onderschatting van het lichaamsgewicht, onjuiste toediening van het diergeneesmiddel of een niet of onjuist gekalibreerd doseerapparaat (indien van toepassing).
Vermoedelijke klinische gevallen van resistentie tegen anthelmintica moeten nader onderzocht worden door middel van geschikte tests (bijv. Faecal Egg Count Reduction Test). Wanneer het resultaat van de tests duidelijk wijst op resistentie tegen een bepaald anthelminticum, moet een anthelminticum van een andere groep met een ander werkingsmechanisme worden toegediend.

Resistentie tegen macrocyclische lactonen bij Teladorsagia bij schapen wordt in een aantal landen, ook binnen de EU, gerapporteerd. In 2008 kwam moxidectine resistentie zeer zelden voor in heel Europa; het is gemeld in één enkel geval met een Teladorsagia circumcincta-stam die resistent was tegen levamisol, benzimidazol en ivermectine. Resistentie tegen triclabendazol is gemeld voor Fasciola hepatica bij schapen in een aantal Europese landen. Derhalve dient het gebruik van dit diergeneesmiddel gebaseerd te worden op nationale epidemiologische gegevens (regionaal en op bedrijfsniveau) met betrekking tot de gevoeligheid van parasieten en geadviseerd te worden hoe een verdere resistentieontwikkeling tegen wormmiddelen beperkt kan worden. Deze voorzorgsmaatregelen zijn met name belangrijk wanneer moxidectine wordt gebruikt om resistente stammen onder controle te houden.

Speciale voorzorgsmaatregelen voor gebruik bij dieren
Dit diergeneesmiddel dient niet te worden gebruikt voor de behandeling van enkelvoudige infecties.
Alle dieren binnen een groep dienen te worden behandeld.

Speciale voorzorgsmaatregelen, te nemen door degene die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient
Vermijd direct contact met huid en ogen.
Was handen na gebruik.
Rook, drink of eet niet gedurende het gebruik van dit diergeneesmiddel.
Draag ondoordringbare rubberen handschoenen tijdens gebruik.

Overige voorzorgsmaatregelen betreffende de effecten op het milieu

Moxidectine voldoet aan de criteria voor een (zeer) persistente, bioaccumulatieve en toxische (PBT) stof; blootstelling van het milieu aan moxidectine moet daarom voor zover mogelijk worden beperkt. Behandelingen mogen alleen indien nodig worden toegediend en moeten gebaseerd zijn op het aantal eieren in de feces of beoordeling van het risico op infestatie van een dier en/of kudde.

Net als andere macrocyclische lactonen heeft moxidectine een potentieel schadelijk effect op nietdoelorganismen, in het bijzonder in het water levende organismen en mestfauna.

  • Moxidectine-bevattende feces die door behandelde dieren in de weide wordt uitgescheiden, kan tijdelijk leiden tot een afname van de talrijkheid van mest-etende organismen. Na behandeling van schapen met het diergeneesmiddel kunnen hoeveelheden moxidectine die mogelijk toxisch zijn voor mestvliegsoorten gedurende een periode van 4 dagen worden uitgescheiden en kan de talrijkheid van mestvliegen in die periode afnemen. In laboratoriumtesten is vastgesteld dat moxidectine tijdelijk effect kan hebben op de reproductie van mestkevers; onderzoeken met ontstane residuen wijzen echter niet op langetermijneffecten. Desondanks is het in geval van herhaalde behandelingen met moxidectine (zoals met diergeneesmiddel van dezelfde klasse van anthelmintische middelen) raadzaam dieren niet elke keer op dezelfde weide te behandelen zodat mestfaunapopulaties zich kunnen herstellen.
  • Moxidectine is intrinsiek toxisch voor in het water levende organismen, waaronder vissen. Het diergeneesmiddel mag alleen worden gebruikt volgens de instructies op het etiket. Op basis van het uitscheidingsprofiel van moxidectine bij toediening als de orale formulering aan schapen mogen behandelde dieren geen toegang hebben tot waterlopen gedurende de eerste 3 dagen na behandeling.

Registratienummer
REG NL 102887

Nadere informatie 
Zie bijsluiter of op aanvraag