Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

CIDR Ovis 0,35 g

Werkzaam bestanddeel

Elke device bevat:

Progesteron: 0,35 g

Doeldier

Schaap (ooien)

Indicaties

Voor inductie en synchronisatie van oestrus en ovulatie in niet-cyclische ooien gedurende het anoestrus-seizoen. Voor inductie en synchronisatie van oestrus en ovulatie in cyclische en niet-cyclische ooien om het fokseizoen te vervroegen. Om te gebruiken in combinatie met eCG.

Dosering en toedieningsweg

0,35 g progesteron per dier gedurende 12 dagen.
Eén device moet in de vagina van elke te behandelen ooi ingebracht worden.
De vaginale device dient 12 dagen op zijn plaats te blijven zitten, gevolgd door een injectie met equine Chorionic Gonadotrophin (eCG, voorheen bekend als PMSG) welke toegediend dient te worden bij verwijdering van de device. De oestrus vangt binnen 1-2 dagen na verwijdering van de device aan.

In een studie met 11 Lacaune fokooien, vond ovulatie tussen 42 en 58 uur na eCG injectie plaats, waarbij de meerderheid (73%) ovuleerde tussen 50 en 54 uur. In het geval dat kunstmatige inseminatie en geavanceerde foktechnieken (bijv. embryo transplantatie) wordt toegepast, dient rekening gehouden te worden met het moment van ovulatie bij de gekozen techniek voor optimale resultaten.

Toediening

Voor het inbrengen dient een applicator gebruikt te worden.

Volg de onderstaande procedure:

  1. Zorg ervoor dat de applicator schoon is en in een niet-irriterend antiseptisch middel is ondergedompeld vóór gebruik.
  2. Draag steriele wegwerphandschoenen. Vouw de armen van de device en plaats deze in de applicator. De armen van de device dienen iets buiten het uiteinde van de applicator uit te steken. Zorg ervoor dat onnodig of te lang hanteren van het diergeneesmiddel vermeden wordt teneinde de overdracht van het werkzaam bestanddeel naar de handschoenen van de toediener tot een minimum te beperken.
  3. Breng een kleine hoeveelheid verloskundig glijmiddel aan op het uiteinde van de applicator.
  4. Til de staart op en reinig vulva en perineum.
  5. Breng de applicator voorzichtig in in de vagina, eerst in verticale richting en dan horizontaal totdat enige weerstand ondervonden wordt.
  6. Zorg ervoor dat het verwijderingskoordje vrij is, druk de handgreep van de applicator in, en laat de huls terugkomen richting handgreep. Hierdoor komen de armen van de device vrij waardoor de device op zijn plaats blijft in het voorste deel van de vagina.
  7. Trek de applicator terug als de device op de juiste plaats aangebracht is en laat het koordje om de device te verwijderen uit de vulva hangen.
    De applicator dient gereinigd en gedesinfecteerd te worden vóór gebruik bij een ander dier.

Verwijdering

De device kan verwijderd worden door zachtjes aan het koordje te trekken. Wanneer het koordje niet zichtbaar is aan de buitenkant van het dier, dient het met een vinger, voorzien van handschoen, opgezocht te worden in het achterste deel van de vagina. Ongeveer 1 op de 10 devices kunnen verloren worden door het dier.

Voor het verwijderen van de device is geen kracht nodig. Als er enige weerstand wordt ondervonden, dient men er bij verwijdering een vinger, voorzien van handschoen, bij te gebruiken.

Als er moeilijkheden zijn met de verwijdering van de device uit het dier, anders dan hierboven vermeld, dient een dierenarts te worden geraadpleegd.

De device is uitsluitend bedoeld voor eenmalig gebruik.

Contra-indicaties

Niet gebruiken bij drachtige ooien.
Niet gebruiken bij ooien:

  • met een abnormale of onvolwassen genitaaltractus.
  • met genitale infecties.

Wachttermijn

Vlees en slachtafval: nul dagen
Melk: nul uur

Bijwerkingen

Lokale irritatie en afscheiding van ondoorzichtig geel slijm komt vaak voor en afscheiding van donkerrood/bruin slijm of slijm met vers bloed komt soms voor. Echter, deze symptomen verdwijnen doorgaans zonder behandeling binnen 2 dagen na verwijdering van de device. De frequentie van bijwerkingen wordt als volgt gedefinieerd:

  • Zeer vaak (meer dan 1 op de 10 behandelde dieren vertonen bijwerking(en))
  • Vaak (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 100 behandelde dieren)
  • Soms (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 1.000 behandelde dieren)
  • Zelden (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 10.000 behandelde dieren)
  • Zeer zelden (minder dan 1 van de 10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde rapporten).

Speciale waarschuwingen & Bijzondere voorzorgen

Speciale voorzorgsmaatregelen voor gebruik bij dieren

De werkzaamheid en veiligheid van het diergeneesmiddel is niet onderzocht bij zieke ooien met een BCS < 2 of ≥ 4, of bij ooien die complicaties hadden bij voorgaande dracht of tijdens lammeren, of bij ooien die in de afgelopen 45 dagen gelammerd hebben.

Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten/risico beoordeling door de behandelend dierenarts. Dieren in slechte conditie, door ziekte, onvoldoende voeding of andere factoren, kunnen slecht reageren op de behandeling.

Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient

Progesteron is een krachtig steroidhormoon en kan bijwerkingen op het voortplantingssysteem veroorzaken in geval van hoge of langdurige blootstelling. Bijwerkingen op ongeboren kinderen kunnen niet uitgesloten worden.
Het diergeneesmiddel kan huid- en oogirritatie veroorzaken evenals allergische huiduitslag. Degenen die het diergeneesmiddel toedienen moeten contact met het siliconen deel vermijden; zwangere vrouwen dienen gebruik van het diergeneesmiddel geheel te vermijden. Draag handschoenen tijdens het inbrengen en verwijderen van het diergeneesmiddel. Breng de device in met behulp van de applicator.
Na gebruik de handen en de blootgestelde huid, wassen met water en zeep.

Niet eten, drinken of roken tijdens hanteren van het diergeneesmiddel.

Registratienummer

REG NL 122218

Nadere informatie

Zie bijsluiter of op aanvraag.