Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

Rispoval IBR-marker vivum

Werkzaam bestanddeel 

Bevat per dosis (2 ml):

Gevriesdroogde pellet:
Bovine Herpes Virus type 1 (BHV-1), Difivac stam (gE-negatief), min. 105,0 CCID50*
levend gemodificeerd (geattenueerd) virus max. 10
7,0 CCID50*

* CCID50 : Celcultuur Infectieuze Dosis 50 %

Doeldier

Rundvee.

Indicaties 

Voor de actieve immunisatie van rundvee tegen Infectieuze Bovine Rhinotracheïtis (IBR), om de virusuitscheiding en klinische symptomen te verminderen en, bij vrouwelijke dieren, ter preventie van abortus die geassocieerd is met een BHV-1 infectie.
Reductie van abortus (geassocieerd met BHV-1 infectie) is aangetoond in het tweede trimester van de dracht door middel van challenge, 28 dagen na vaccinatie.
Gevaccineerde runderen kunnen onderscheiden worden van runderen geïnfecteerd met veldvirus wegens de markerdeletie, behalve wanneer de runderen vroeger gevaccineerd werden met een conventioneel vaccin of geïnfecteerd waren met veldvirus.

Aanvang van de immuniteit: 7 dagen na een enkele dosis via intranasale toediening of 21 dagen na een enkele dosis via intramusculaire toediening, zoals aangetoond in seronegatieve kalveren.

Immuniteitsduur na vaccinatie vóór de leeftijd van 3 maanden:
Na intranasale vaccinatie van kalveren met een leeftijd van 2 weken of ouder, zonder maternale antistoffen, houdt de immuniteit tot ten minste een leeftijd van 3 maanden aan. Op een leeftijd van 3 maanden moeten de dieren opnieuw gevaccineerd worden via intramusculaire injectie.

Een deel van de jonge kalveren kan maternale antistoffen tegen BHV-1 hebben, dit zou de immuunrespons na vaccinatie kunnen beïnvloeden. Als gevolg hiervan zou de bescherming door het vaccin niet volledig kunnen zijn tot de hervaccinatie op de leeftijd van 3 maanden.

Immuniteitsduur na vaccinatie op of na de leeftijd van 3 maanden: 6 maanden.

Aanvullende informatie aangaande de bescherming tegen abortus die wordt geboden door een gecombineerde vaccinatie van Rispoval IBR-Marker Vivum met Rispoval IBR-Marker Inactivatum: preventie van abortus is aangetoond gedurende het derde trimester van de dracht door middel van BHV-1 challenge, 86 dagen na een booster met een enkele dosis vaccinatie met Rispoval IBR-Marker, die was toegediend 6 maanden na een enkele dosis primo vaccinatie met Rispoval IBR-Marker Vivum.

Toedieningswijze en dosering 

Posologie
De dosis voor rundvee, ouder dan 2 weken, is 2 ml van het gereconstitueerde vaccin via intramusculaire injectie en/of intranasale inoculatie toe te dienen.

Het vaccinatieschema bestaat uit een basisimmunisatie en herhalingsvaccinaties.

Basisimmunisatie:

Kalveren met een leeftijd van 2 weken tot 3 maanden ten tijde van de eerste vaccinatie:
De eerste vaccinatie moet intranasaal worden toegediend, gevolgd door een tweede vaccinatie intramusculair op een leeftijd van 3 maanden.
Een deel van de jonge kalveren kan maternale antistoffen tegen BHV-1 hebben, dit zou de immuunrespons na vaccinatie kunnen beïnvloeden. Als gevolg hiervan zou de bescherming door het vaccin niet volledig kunnen zijn tot de hervaccinatie op de leeftijd van 3 maanden. Als extra voorzorgsmaatregel in situaties van hoge blootstelling aan BHV-1, kunnen de dieren die positief zijn voor maternale antistoffen en die initieel gevaccineerd zijn rond de leeftijd van twee weken, extra gevaccineerd worden tussen de eerste vaccinatie en de vaccinatie op de leeftijd van 3 maanden. Deze extra vaccinatie kan zowel intranasaal als intramusculair toegediend worden en kan gegeven worden vanaf 3 weken na de eerste vaccinatie.

Kalveren met een leeftijd van 3 maanden of ouder ten tijde van de eerste vaccinatie:
Eén intramusculaire vaccinatie toedienen.  

Ter preventie van met BHV-1 geassocieerde abortus bij vrouwelijke runderen dient een eerste vaccinatiereeks van tweemaal een intramusculaire dosis Rispoval IBR-Marker Vivum gegeven te worden met een interval van 3-5 weken, of als alternatief een eerste vaccinatiereeks van een enkele intramusculaire dosis Rispoval IBR-Marker Vivum, 6 maanden later gevolgd door een booster met een enkele dosis Rispoval IBR-Marker Inactivatum. Om de belangrijkste abortus periode te dekken, wordt het aanbevolen dat de tweede dosis van de eerste vaccinatiereeks van twee intramusculaire doseringen van Rispoval IBR-Marker Vivum of de booster met de enkele dosis Rispoval IBR-Marker Inactivatum niet later dan bij de start van het tweede trimester van elke dracht wordt toegediend.

Herhalingsvaccinaties:
De dieren moeten 6 maanden na hun eerste vaccinatie een enkele dosis herhalingsvaccinatie krijgen.
Dieren die in eerste instantie gevaccineerd zijn met Rispoval IBR-Marker Vivum, kunnen een enkele dosis met óf Rispoval IBR-Marker Vivum (welke 6 maanden bescherming biedt), óf Rispoval IBR-Marker Inactivum (welke 12 maanden bescherming biedt) krijgen.
Daarna dienen de vaccinaties elke 6 maanden (bij gebruik van Rispoval IBR-Marker Vivum) of elke 12 maanden (bij gebruik van Rispoval IBR-Marker Inactivum) te worden herhaald.

Rundvee met een direct risico op een IBR infectie:
In het geval van een hoge BHV-1 infectiedruk, wordt aanbevolen om de eerste dosis in runderen (drachtige koeien inbegrepen) intranasaal toe te dienen, om de lokale immuniteit te stimuleren, 3-5 weken later gevolgd door de tweede dosis intramusculair toegediend om de eerste vaccinatiereeks te
volmaken.

Toediening
Het gevriesdroogde product moet kort voor gebruik aseptisch geresuspendeerd worden. Het vaccin wordt als volgt bereid:
Voor de 10 en de 50 doses flacons ongeveer 4 ml van het respectievelijke diluent overbrengen in de flacon met het gevriesdroogde pellet en daarna goed mengen.

Vervolgens wordt de gereconstitueerde virusfractie terug in het resterende respectievelijke diluent gebracht en goed gemengd. Het product is dan gebruiksklaar.

De naalden en spuiten, die gebruikt worden voor de toediening van het vaccin, mogen niet gesteriliseerd zijn door chemische ontsmettingsmiddelen daar dit de doeltreffendheid van het vaccin kan verstoren.

Het vaccin wordt aseptisch òf intramusculair toegediend (2 ml) òf in de neusgaten verneveld (1 ml per neusgat tijdens de aspiratie) met de intranasale applicator van Zoetis.
Het geresuspendeerde vaccin blijft maximaal 8 uur werkzaam mits het product op steriele wijze wordt onttrokken en mits het vaccin gekoeld wordt.

Contra-indicaties

Niet gebruiken bij ongezonde dieren.

Wachttermijn 

Nul dagen.

Bijwerkingen 

Na intramusculaire toediening zou in zeer zeldzame gevallen een lichte, voorbijgaande zwelling tot 3 cm, die in de regel binnen 7 dagen verdwijnt, voor kunnen komen op de injectieplaats.
Na intranasale inoculatie zou in zeldzame gevallen een lichte, voorbijgaande sereuze neusuitvloeiing kunnen optreden tot 7 dagen na inoculatie.
In zeer zeldzame gevallen zouden er zich allergische reacties kunnen voordoen zoals met andere vaccins het geval kan zijn. Daarom dienen gevaccineerde dieren gedurende ongeveer 30 minuten na de immunisatie te worden geobserveerd. In dergelijke gevallen zouden antiallergica moeten worden toegediend.

Speciale waarschuwingen & Bijzondere voorzorgen 

De aanwezigheid van maternale antistoffen kan invloed hebben op het effect van de vaccinatie.
Daarom wordt het aanbevolen om de immuunstatus van de kalveren vóór vaccinatie vast te stellen.

Speciale voorzorgsmaatregelen voor gebruik bij dieren

In sommige gevallen kan het vaccin na intranasale toediening door de gevaccineerde dieren uitgescheiden worden. Als gevolg van de aard van het vaccin kan, bij uitzondering, het virus overgebracht worden van intranasaal-gevaccineerde dieren naar niet-gevaccineerde contactdieren, al zijn er geen bevestigende gegevens beschikbaar die aangeven dat verspreiding van het vaccin plaats kan vinden in een koppel dieren.
Het wordt aanbevolen om alle dieren van een kudde te vaccineren.

Speciale voorzorgsmaatregelen, te nemen door degene die het geneesmiddel aan de dieren toedient

In geval van accidentele zelfinjectie dient onmiddellijk medisch advies ingewonnen te worden en daarbij de bijsluiter of het etiket aan de arts te worden getoond.

Registratienummer

REG NL 8427

Nadere informatie 

Zie bijsluiter of op aanvraag