Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

Rispoval IBR-marker inactivatum

Werkzaam bestanddeel 

Bovine Herpes Virus type 1 (BHV-1), Difivac stam (gE-negatief), om een geometrisch gemiddelde serumneutraliserende titer van tenminste 1:160 te induceren in runderen. 

Doeldier

Rund.

Indicaties 

Voor de actieve immunisatie van runderen tegen Infectieuze Bovine Rhinotracheïtis (IBR) om de klinische symptomen en virusuitscheiding te verminderen en, bij vrouwelijke dieren, ter preventie van abortus die geassocieerd is met een BHV-1 infectie.
Preventie van abortus (geassocieerd met BHV-1 infectie) na vaccinatie van drachtige koeien is aangetoond in het tweede trimester van de dracht door middel van challenge, 28 dagen na vaccinatie.
Gevaccineerde runderen kunnen onderscheiden worden van runderen geïnfecteerd met veldvirus wegens de markerdeletie, met uitzondering van runderen die in het verleden zijn gevaccineerd met een conventioneel vaccin of geïnfecteerd met veldvirus.

Immuniteitsduur: 6 maanden

Voor de herhalingimmunisatie na primovaccinatie met Rispoval IBR-Marker Vivum om de virusuitscheiding en de klinische symptomen geassocieerd met BHV-1 infectie in runderen te verminderen en, in vrouwelijke runderen, ter preventie van abortus geassocieerd met BHV-1 infecties. Deze vaccinatie van runderen voorkomt abortus geassocieerd met BHV-1 infecties zoals aangetoond gedurende het derde trimester van de dracht na challenge 86 dagen na de booster vaccinatie.

Immuniteitsduur: 6 maanden na complete primovaccinatie met Rispoval IBR-Marker Vivum gevolgd door 12 maanden na de jaarlijkse herhaling met Rispoval IBR-Marker Inactivatum. Om abortus te voorkomen in vrouwelijk runderen die de basis immunisatie gehad hebben, wordt het aanbevolen om een enkele dosis hervaccinatie met Rispoval IBR-Marker Inactivatum toe te dienen niet later dan bij de start van het tweede trimester van elke volgende dracht.

Toedieningswijze en dosering 

Dosering: één dosis van 2 ml voor runderen ouder dan 3 maanden.

Toediening: voor subcutane injectie.

Vaccinatieschema:

Het vaccinatieschema bestaat uit een basisimmunisatie en herhalingsvaccinaties.

Basisimmunisatie: twee doses, beide van 2 ml, met een interval van 3-5 weken.

Herhalingsvaccinaties:

Runderen waarbij voor het primaire vaccinatie schema Rispoval IBR-Marker Inactivatum is gebruikt:

Eén dosis van 2 ml met een interval van 6 maanden.

Runderen waarbij voor het primaire vaccinatie schema Rispoval IBR-Marker Vivum is gebruikt:

Runderen waarbij voor het primaire vaccinatie schema Rispoval IBR-Marker Vivum is gebruikt (volgens het voorschrift van de product informatie van dit diergeneesmiddel) kunnen een herhalingsvaccinaties met een enkele dosis Rispoval IBR-Marker Inactivatum krijgen. Deze dieren moeten 6 maanden na het basis vaccinatie schema met Rispoval IBR-Marker Vivum een herhalingsvaccinatie met Rispoval IBR-Marker Inactivatum krijgen. Daarna dient elke 12 maanden een herhalingsvaccinatie met een enkele dosis Rispoval IBR-Marker Inactivatum te worden gegeven. Het wordt aanbevolen om alle dieren van een kudde te vaccineren.

Ter preventie van met BHV-1 geassocieerde abortus bij vrouwelijk runderen dient een eerste vaccinatiereeks van tweemaal een subcutane vaccindosis gegeven te worden met een interval van 3-5 weken, of als alternatief een eerste vacciantiereeks van een enkele intramusculaire dosis Rispoval IBR-Marker Vivum, 6 maanden later gevolgd door een booster met een enkele dosis Rispoval IBR-Marker Inactivatum. Om de belangrijkste abortus periode te dekken, wordt het aanbevolen dat de tweede dosis van de eerste vaccinatiereeks van twee subcutane doseringen of de booster met de enkele dosis Rispoval IBR-Marker Inactivatum niet later dan bij de start van het tweede trimester van elke dracht wordt toegediend.

Het vaccin goed schudden voor gebruik. Uitsluitend steriele naalden en spuiten gebruiken. Vermijd contaminatie tijdens gebruik.

Wanneer kalveren jonger dan 3 maanden gevaccineerd worden, zou de ontwikkeling van de immuniteit nadelig beïnvloed kunnen worden door de aanwezigheid van maternale antilichamen. Deze kalveren dienen opnieuw gevaccineerd te worden wanneer ze ouder zijn dan 3 maanden leeftijd.

vaccinatieschema rispoval IBR-marker inactivatum

vaccinatieschema rispoval IBR-marker inactivatum - tegen abortus & hoge IBH-1 infectiedruk

Contra-indicaties

Niet gebruiken bij ongezonde dieren.

Wachttermijn

Nul dagen. 

Bijwerkingen 

Op de injectieplaats kan in zeer zeldzame gevallen een voorbijgaande subcutane zwelling tot een diameter van 5 cm optreden, deze verdwijnt in de regel binnen 14 dagen.
In zeer zeldzame gevallen zouden zich allergische reacties kunnen voordoen zoals ook met andere vaccins het geval kan zijn. Daarom dienen gevaccineerde dieren gedurende ongeveer 30 minuten na de immunisatie te worden geobserveerd. In gevallen waarbij allergische reacties optreden dienen antiallergica te worden toegediend.

Speciale waarschuwingen & Bijzondere voorzorgen 

Speciale voorzorgsmaatregelen, te nemen door degene die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient
In geval van acccidentele zelfinjectie dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond.

Gebruik tijdens dracht, lactatie of leg
Kan tijdens de dracht en lactatie worden gebruikt

Interactie(s) met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Immunosuppressieve middelen, bijvoorbeeld corticosteroïden of levend gemodificeerde vaccins tegen Bovine Virus Diarree, dienen vermeden te worden gedurende een periode van 7 dagen voor tot 7 dagen na de vaccinatie, daar dit de ontwikkeling van de immuniteit zou kunnen verstoren. Er is geen informatie beschikbaar over de veiligheid en werkzaamheid van dit vaccin bij gebruik in combinatie met enig ander diergeneesmiddel. Ten aanzien van het gebruik van dit vaccin vóór of na enig ander diergeneesmiddel dient per geval een besluit te worden genomen.

Overdosering (symptomen, procedures in noodgevallen, antidota)
De reacties na toediening van een dubbele dosis zijn niet anders dan na toediening van de enkele dosis.

Onverenigbaarheden
Niet vermengen met enig ander diergeneesmiddel.

Registratienummer
  
REG NL 8426

Nadere informatie  Zie bijsluiter of op aanvraag