Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

CIDR

Werkzaam bestanddeel 

Progesteron 1,38 g.

Doeldier

Rund (koeien en vaarzen).

Indicaties 

Voor de controle van de oestrische cyclus bij in cyclus zijnde koeien en vaarzen, inclusief:
- synchronisatie van de oestrus bij groepen dieren inclusief Fixed Time Artificial Insemination (FTAI) programma’s.
- synchronisatie van donor en ontvanger dieren voor embryotransplantatie
Te gebruiken in combinatie met prostaglandine F2α of een analoog.

Bij gebruik volgens voorschrift zal gewoonlijk 48-96 uur na verwijdering van de device oestrus optreden, waarbij het merendeel van de dieren in oestrus komt binnen 48-72 uur.

Voor inductie en synchronisatie van de oestrus in Fixed Time Artificial Insemination (FTAI) protocollen:
- Bij cyclische koeien en vaarzen. Gebruiken in combinatie met prostaglandine F2 α (PGF2α) of een anoloog.
- Bij cyclische en niet-cyclische koeien en vaarzen. Gebruiken in combinatie met Gonadotropin releasing hormone (GnRH) of een analoog en PGF2α of een anoloog.
- Bij niet-cyclische runderen. Gebruiken in combinatie met PGF2α of een anoloog en equine chorionic gonadotrophine (eCG).

Toedieningswijze en dosering 

1,38 g progesteron (1 device) per dier voor 7-9 dagen (afhankelijk van de indicatie).

Voor synchronisatie van de oestrus en synchronisatie van donor en ontvanger voor embryotransplantatie
Bij iedere te behandelen koe of vaars dient 1 device ingebracht te worden in de vagina. De vaginale device dient 7 dagen op zijn plaats te blijven zitten en gecombineerd te worden met een luteolytische dosis prostaglandine F2α of analoog middel, welke 24 uur vóó de verwijdering van de device geïjecteerd dient te worden. Dieren die op de behandeling reageren, komen in het algemeen binnen 1-3 dagen na het verwijderen van de device in oestrus. Koeien dienen binnen 12 uur na de eerst waargenomen oestrus geïsemineerd te worden.

Voor inductie en synchronisatie van de oestrus voor Fixed Time Artificial Insemination (FTAI):
Onderstaande FTAI protocollen zijn veelvuldig beschreven in wetenschappelijke literatuur en dienen gevolgd te worden:

In cyclische koeien en vaarzen:
- Breng 1 CIDR 1,38 g device vaginaal in voor 7 dagen.
- Injecteer een luteolytische dosis PGF2α of analoog 24 uur voor verwijdering van de device.
- FTAI 56 uur na verwijdering van de device.

In cyclische en niet-cyclische koeien en vaarzen:
- Breng 1 CIDR 1,38 g device vaginaal in voor 7-8 dagen.
- Injecteer een dosis GnRH of analoog bij inbrengen CIDR 1,38 g device.
- Injecteer een luteolytische dosis PGF2α of analoog 24 uur voor verwijdering van de device.
- FTAI 56 uur na verwijdering van de device of
- Injecteer GnRH of analoog 36 uur na verwijdering van de CIDR 1,38 device en FTAI 16-20 uur later.

In niet-cyclische koeien:
Het volgende FTAI protocol dient gevolgd te worden:
- Breng 1 CIDR 1,38 g device vaginaal in voor 9 dagen
- Injecteer een luteolytische dosis PGF2α of analoog 24 uur voor verwijdering van de device
- Injecteer eCG bij verwijdering van de device
- FTAI 56 uur na verwijdering van de device of insemineer binnen 12 uur nadat de eerste tochtigheidssymptomen zijn waargenomen.

Toediening
Voor het inbrengen dient een applicator gebruikt te worden.
Volg de onderstaande procedure:
1. Zorg ervoor dat de applicator schoon is en in een niet-irriterend antiseptisch middel is ondergedompeld vóór gebruik.
2. Draag steriele wegwerphandschoenen.Vouw de armen van de device en plaats deze in de applicator. De armen van de device dienen iets buiten het uiteinde van de applicator uit te steken. Zorg ervoor dat onnodig of te lang hanteren van het product vermeden wordt teneinde de overdracht van het actieve bestanddeel naar de handschoenen van de toediener tot een minimum te beperken.
3. Breng een kleine hoeveelheid verloskundig glijmiddel aan op het uiteinde van de applicator.
4. Til de staart op en reinig vulva en perineum.
5. Breng de applicator voorzichtig in de vagina, eerst in verticale richting en dan horizontaal totdat enige weerstand ondervonden wordt.
6. Zorg ervoor dat het verwijderingskoordje vrij is, druk de handgreep van de applicator in, en laat de huls terugkomen richting handgreep. Hierdoor komen de armen van de device vrij waardoor de device op zijn plaats blijft in het voorste deel van de vagina.
7. Trek de applicator terug als de device op de juiste plaats aangebracht is en laat het koordje om het product te verwijderen uit de vulva hangen.
8. De applicator dient gereinigd en gedesinfecteerd te worden vóór gebruik bij een ander dier.

Verwijderen
De device kan verwijderd worden door zachtjes aan het koordje te trekken. Soms is het koordje niet zichtbaar aan de buitenkant van het dier, in dat geval dient het met een vinger, met handschoen, opgezocht te worden in het achterste deel van de vagina. Voor het verwijder van van de device is geen kracht nodig. Als er enige weerstand wordt ondervonden, dient men er bij verwijdering een hand, voorzien van handschoen, bij te gebruiken.
Als er moeilijkheden zijn met de verwijdering van de device uit het dier, anders dan hierboven vermeld, dient advies van een dierenarts ingeroepen te worden.
De device is bedoeld voor eenmalig gebruik.

Contra-indicaties

Niet gebruiken bij:
- bij koeien of vaarzen met een abnormale of onvolwassen genitaaltractus of met genitale infecties.
- bij drachtige runderen
- binnen 35 dagen na afkalven.

Wachttermijn 

(Orgaan)Vlees: nul dagen

Melk: nul uur

Gedurende de behandeling kan de melk gebruikt worden voor menselijke consumptie.

Bijwerkingen 

Vaginale afscheiding, geassocieerd met lokale irritatie, is waargenomen bij het verwijderen van de vaginale device. Deze afscheiding verdwijnt in het algemeen in de periode tussen het verwijderen van het product en de inseminatie en er is niet gebleken dat hierdoor het bevruchtingspercentage na de behandeling wordt beïnvloed.

Speciale waarschuwingen & Bijzondere voorzorgen 

Waarschuwingen voor de gebruiker

Tijdens het inbrengen en verwijderen van het diergeneesmiddel dient degene die het middel toedient als persoonlijke bescherming handschoenen te dragen. Breng de device in met behulp van de applicator.

Na gebruik de handen en de huid, indien in contact geweest met het middel, wassen met water en zeep. Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik van het middel.

Registratienummer

REG NL 10492

Nadere informatie 

Zie bijsluiter of op aanvraag