Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

Equip EHV1,4

UITGEBREIDE BESCHERMING TEGEN EHV

Werkzame bestanddelen
Geïnactiveerd equine herpesvirus type 1, stam 438\77: RP > 1*
Geïnactiveerd equine herpesvirus type 4, stam 405\76: RP > 1*
*Relatieve Potentie ELISA ten opzichte van een referentie vaccin dat werkzaam is gebleken bij paarden.

Doeldier
Paard

Doeldier
Paard

Indicaties
Gedeeltelijke actieve immunisatie ter vermindering van de ernst van respiratoire ziekte verschijnselen veroorzaakt door equine herpesvirus type 1 en 4.
Actieve immunisatie van drachtige merries ter vermindering van abortus veroorzaakt door equine herpesvirus type 1.

Toedieningswijze en dosering
Dien 1 dosis (1.5 ml) van het vaccin diep intramusculair toe volgens het volgende vaccinatie schema:
Ter vermindering van de ernst van respiratoire ziekteverschijnselen:
Basisvaccinatie: vanaf de leeftijd van 5-6 maanden: Tweevoudige vaccinatie, met telkens één dosis per dier met een interval van 4-6 weken; Vóór de leeftijd van 5-6 maanden: Enkelvoudige vaccinatie, met één dosis per dier op de leeftijd van 3-4 maanden. Gevolgd door een tweevoudige vaccinatie met een interval van 4-6 weken op de leeftijd 5-6 maanden
Hervaccinatie: halfjaarlijkse enkelvoudige vaccinatie met één dosis per dier

Als hulpmiddel ter vermindering van abortus: Drievoudige vaccinatie, met telkens één dosis per dier op de vijfde, zevende en negende maand van iedere dracht.

Contra-indicaties
Geen.

Bijwerkingen
In zeldzame gevallen zijn milde voorbijgaande reacties op de injectieplaats (zwelling), stijve gang en systemische reacties (anorexie, hyperthermie en lethargie) gerapporteerd. Zwelling op de injectieplaats is gewoonlijk niet groter dan 5 cm in diameter en kan soms pijnlijk zijn. De waargenomen symptomen verdwijnen zonder behandeling gewoonlijk binnen een paar tot 10 dagen na vaccinatie. Zoals bij elk vaccin kunnen in zeer zeldzame gevallen reacties optreden die op anafylaxie duiden of lijken. .

Wachttermijn
Nul dagen

Speciale voorzorgsmaatregelen voor gebruik bij dieren
Maternale antistoffen kunnen het resultaat van de vaccinatie tegen paardeninfluenza ongunstig beïnvloeden.
Het vaccin kan worden toegepast tijdens de dracht of lactatie.
Bij gelijktijdig gebruik van een glucocorticosteroïd is hervaccinatie noodzakelijk.

Registratienummer
REG NL 9134
UDD

Nadere informatie
Zie bijsluiter of op aanvraag