Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

Improvac

Werkzaam bestanddeel

Gonadotrofine Releasing Factor (GnRF) analoog-proteïne conjugaat min. 300 μg.
(een synthetische peptide analoog van GnRF geconjugeerd met difterie toxoid),

Doeldier

Mannelijke varkens (vanaf een leeftijd van 8 weken)

Indicaties 

Inductie van antilichamen tegen GnRF om een tijdelijke immunologische onderdrukking van de testiculaire functies te bewerkstelligen. Voor gebruik als een alternatief voor fysieke castratie voor vermindering van berengeur, veroorzaakt door de voornaamste substantie die berengeur veroorzaakt, androstenon, bij intacte mannelijke varkens na het intreden van de puberteit.
Skatol, een andere substantie die een belangrijke bijdrage levert aan de berengeur, kan door een indirect effect ook verminderd worden. Er is ook een afname van agressief en seksueel gedrag (dekgedrag).
De aanvang van de immuniteit (inductie van anti-GnRF antilichamen) is binnen 1 week na de tweede vaccinatie te verwachten. Verlaging van androstenon en skatol spiegels is aangetoond vanaf 4 tot 6 weken na de tweede vaccinatie. Dit geeft de tijd weer die nodig is om stoffen die de berengeur veroorzaken, die al aanwezig waren ten tijde van de vaccinatie, kwijt te raken alsmede de variabiliteit in respons tussen de individuele dieren. Afname van agressief en seksueel gedrag (dekgedrag) kan verwacht worden vanaf 1 tot 2 weken na de tweede vaccinatie.

Toedieningswijze en dosering 

Voor subcutaan gebruik

Intacte mannelijke varkens vanaf een leeftijd van 8 weken dienen gevaccineerd te worden met 2 doses van 2 ml met een interval van tenminste 4 weken, waarbij de tweede dosis gewoonlijk 4 tot 6 weken vóór het slachten gegeven wordt. Als het slachten later dan 10 weken na de tweede dosis gepland is, dient er 4 tot 6 weken voor de geplande slachtdatum een 3e dosis gegeven worden. In geval van de verdenking op foutief doseren dient het dier onmiddellijk te worden gehervaccineerd.

Toedienen door middel van een subcutane injectie in de nek, direct achter het oor, waarbij gebruik gemaakt wordt van een veiligheidsinjector. Als richtlijn, gebruik een korte naald die 12 tot 15 mm doordringt. Om intramusculaire depositie en laesies te vermijden, wordt aanbevolen om in ondermaatse varkens en varkens jonger dan 16 weken, een kortere naald te gebruiken die 5 mm tot 9 mm doordringt. Let erop dat bij gebruik van een veiligheidsinjector een deel van de naald bedekt wordt door de naaldbeschermer en niet doordringt in het varken. Afhankelijk van het type veiligheidsinjector, kan druk op de huid worden uitgeoefend en kan de naald een paar millimeter dieper in het weefsel gebracht worden. Bij het kiezen van de geschikte naaldlengte dient met deze voorwaarden rekening gehouden te worden. De naald dient loodrecht op het huidoppervlak gericht te wordenVermijd het inbrengen van verontreiniging. Vermijd het injecteren van varkens die nat of vuil zijn.

Contra-indicaties

Niet gebruiken bij vrouwelijke varkens. Niet gebruiken bij mannelijke varkens die bestemd zijn voor de fokkerij.

Wachttermijn 

Nul dagen.

Bijwerkingen 

Bij toediening aan varkens van de geadviseerde jongste leeftijd (8 weken) is het zeer gebruikelijk dat er op de injectieplaats zwellingen tot 4x8 cm worden waargenomen. De lokale reacties verdwijnen geleidelijk, maar bij 20-30 % van de dieren kunnen ze meer dan 42 dagen aanwezig blijven.
Bij toediening aan oudere varkens (14-23 weken oud) worden gewoonlijk zwellingen op de injectieplaats waargenomen variërend in diameter van 2 cm tot 5 cm en het is gebruikelijk dat reacties op de injectieplaats bij het slachten worden waargenomen indien de tweede vaccinatie slechts 4 weken voor het slachten is gegeven.
Er kan gedurende een periode van 24 uur na de vaccinatie een voorbijgaande verhoging van de rectale lichaamstemperatuur (post-vaccinatie hyperthermie) van ongeveer 0,5 ºC waargenomen worden.

In zeer zeldzame gevallen zijn, binnen een paar minuten na de eerste vaccinatie, anafylaxie-achtige reacties waargenomen (dyspneu, collaps, cyanose en overmatig speekselen, al dan niet gepaard gaande met spiertrillingen of braken), die tot 30 minuten kunnen duren. Bij een klein aantal dieren leidde dit na deze reactie tot de dood, de meeste dieren herstelden echter zonder behandeling en bleken na opvolgende vaccinaties niet te reageren.

Speciale waarschuwingen & Bijzondere voorzorgen 

Onbedoelde vaccinatie van mannelijke fokdieren kan de vruchtbaarheid beïnvloeden.

Speciale voorzorgsmaatregelen voor gebruik bij dieren

Uitsluitend gezonde dieren vaccineren. Er is aangetoond dat Improvac veilig is voor mannelijke varkens vanaf een leeftijd van 8 weken. Het aanbevolen tijdstip voor het slachten is 4 tot 6 weken na de laatste injectie. Als de varkens niet binnen de aanbevolen periode geslacht kunnen worden, wordt door de beschikbare gegevens uit proeven ondersteund dat de varkens nog tot 10 weken na de laatste injectie met een minimaal risico op berengeur geslacht kunnen worden. Een toenemend deel zal na dit tijdstip terugkeren naar de normale functies.
Daar de skatolspiegels niet geheel afhankelijk zijn van de sexuele status, zijn ook management maatregelen op zowel het gebied van voeding als van hygiëne van belang om de skatolspiegels te verminderen.

Speciale voorzorgsmaatregelen, te nemen door degene die het geneesmiddel aan de dieren toedient

Accidentele zelfinjectie kan bij mensen soortgelijke effecten veroorzaken als die bij varkens ezien worden. Dit kan een tijdelijke reductie van geslachtshormonen en voortplantingsfuncties, zwel bij mannen als bij vrouwen, en een ongunstig effect op de zwangerschap inhouden. Het risico op het optreden van deze effecten is groter na een tweede of volgende accidentele injectie dan na de eerste injectie.

Schenk bijzondere aandacht aan het voorkomen van accidentele zelfinjectie en naaldprikverwondingen bij het toedienen van het diergeneesmiddel. Het diergeneesmiddel mag alleen gebruikt worden met een veiligheidsinjector met een dubbel veiligheidssysteem, voorzien van een naaldbeschermer en een mechanisme om te voorkomen dat de handgreep onbedoeld ingedrukt wordt.

Het diergeneesmiddel mag niet toegediend worden door zwangere vrouwen of vrouwen die zwanger zouden kunnen zijn. In geval van contact met het oog direct ruimschoots spoelen met water. In geval van contact met de huid onmiddellijk wassen met water en zeep.

Advies aan de gebruiker bij accidentele zelfinjectie:
In geval van accidentele zelfinjectie de verwonding grondig wassen met schoon stromend water.
Raadpleeg onmiddellijk een arts en zorg ervoor dat u de bijsluiter bij u heeft. Het diergeneesmiddel in de toekomst niet meer toedienen.

Advies aan de arts:
Accidentele zelfinjectie kan de voortplantingsfysiologie van zowel mannen als vrouwen aantasten en kan de zwangerschap ongunstig beïnvloeden. Als zelfinjectie met Improvac wordt vermoed, dient de voortplantingsfysiologie gevolgd te worden door het testen van de testosteron- of oestrogeenspiegels (zoals van toepassing). Het risico op een fysiologisch effect is groter na een tweede of volgende accidentele injectie dan na de eerste injectie. Een onderdrukking van de functie van de gonaden van klinische betekenis dient behandeld te worden met een ondersteunende endocriene vervangingstherapie totdat de normale functie terugkeert. Aan de patiënt dient het advies gegeven te worden om Improvac en/of enig ander diergeneesmiddel met een soortgelijke werking in de toekomst niet meer toe te dienen.

Registratienummer

EU/2/09/095/001- 20 ml x 12
EU/2/09/095/002-100 ml x 10
EU/2/09/095/003-250 ml x 4
EU/2/09/095/004 -20 ml
EU/2/09/095/005-100 ml
EU/2/09/095/006-250 ml

Nadere informatie 

Zie bijsluiter of op aanvraag