Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

ACEGON, oplossing voor injectie voor runderen

Werkzaam bestanddeel 

Gonadoreline (als gonadorelineacetaat) 50 μg

Doeldier

Rund: koeien, vaarzen

Indicaties

Behandeling van ovariële folliculaire cysten.

In het kader van kunstmatige inseminatie om het tijdstip van de ovulatie te optimaliseren.

Inductie en synchronisatie van de oestrus en ovulatie in combinatie met prostaglandine F2α (PGF2α) met of zonder progesteron als onderdeel van Fixed Time Artificial Insemination (FTAI) protocollen:

- bij cyclische koeien. Te gebruiken in combinatie met PGF2α of analoog.

- bij cyclische en niet-cyclische koeien en vaarzen. Te gebruiken in combinatie met PGF2α of analoog en een huplmiddel/device die progesteron vrijgeeft.

Toedieningswijze en dosering 

Intramusculair gebruik

- Behandeling van ovariële folliculaire cysten: 100-150 μg of gonadoreline (als acetaat) per dier (i.e. 2-3 ml van het diergeneesmiddel per dier). Indien nodig, kan de behandeling worden herhaald met intervallen van 1 à 2 weken.

- Met betrekking tot kunstmatige inseminatie wordt het ovulatiemoment geoptimaliseerd zodat de kansen verhogen dat de behandelde koe vruchtbaar wordt: 100 μg gonadoreline (als acetaat) per dier (i.e. 2 ml diergeneesmiddel per dier). Het moet toegediend worden tegelijkertijd en/of 12 dagen na de kunstmatige inseminatie.

Injectie en inseminatie dient op het volgende tijdstip plaats te vinden:

- Een injectie moet worden toegediend tussen de 4 en 10 uur na de tochtigheidsdetectie.

- Er wordt een interval aangeraden van minstens 2 uur tussen de injectie met GnRH en de kunstmatige inseminatie.

- Kunstmatige inseminatie moet plaatsvinden volgens de gebruikelijke richtlijnen, i.e. 12 tot 24 uur na de tochtigheidsdetectie.

Inductie en synchronisatie van de oestrus en ovulatie in combinatie met prostaglandine F2α (PGF2α) met of zonder progesteron als onderdeel van Fixed Time Artificial Insemination (FTAI) protocollen:

De volgende FTAI protocollen worden vaak vermeld in de literatuur:

In cyclische koeien:

- Dag 0 Injecteer 100 microgram gonadoreline (als acetaat) per dier (2 ml van het diergeneesmiddel)

- Dag 7 Injecteer PGF2α of analoog (luteolytische dosis)

- Dag 9 Injecteer 100 microgram gonadoreline (als acetaat) per dier (2 ml van het diergeneesmiddel)

- Kunstmatige inseminatie 16-20 uur later, of indien eerder, bij waarnemen oestrus

Alternatief:

- Dag 0 Injecteer 100 microgram gonadoreline (als acteaat) per dier (2 ml van het diergeneesmiddel)

- Dag 7 Injecteer PGF2α of analoog (luteolytische dosis)

- Kunstmatige inseminatie en injecteer 100 microgram gonadoreline (als acetaat) per dier (2 ml van het diergeneesmiddel) 60-72 uur later, of indien eerder, bij waarnemen oestrus

In cyclische en niet-cyclische koeien en vaarzen:

- Breng een intravaginaal progesteron-vrijgevend hulpmiddel/device in voor 7-8 dagen

- Injecteer 100 microgram gonadoreline (als acetaat) per dier (2 ml van het diergeneesmiddel) op het moment van inbrengen van het progesteron hulpmiddel/device.

- Injecteer een luteolytische dosis PGF2α of analoog 24 uur voor het verwijderen van het hulpmiddel/device.

- FTAI 56 uur na verwijdering van het hulpmiddel/device, of

- Injecteer 100 microgram gonadoreline (als acetaat) per dier (2 ml van het diergeneesmiddel) 36 uur na het verwijderen van het progesteron-vrijgevend hulpmiddel/device en FTAI 16 tot 20 uur later.

Contra-indicaties

Niet gebruiken bij dieren met een bekende overgevoeligheid voor gonadoreline en voor één van de hulpstoffen. Niet gebruiken voor het verkorten van de oestrus tijdens infectieziekten en andere relevante aandoeningen.

Wachttermijn 

(Orgaan)vlees: nul dagen.

Melk: nul uur.

Bijwerkingen 

Geen

Speciale waarschuwingen & Bijzondere voorzorgen 

Speciale voorzorgsmaatregelen voor gebruik bij dieren

Dieren in slechte conditie, hetzij door ziekte, inadequate voeding of andere factoren, kunnen slecht reageren op de behandeling.

Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door degene die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient

Bij gebruik van dit diergeneesmiddel is voorzichtigheid geboden om zelfinjectie te vermijden. In geval van accidentele zelfinjectie dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond. Voorzichtigheid is geboden om huid- en oogcontact te vermijden. In geval van contact met de huid onmiddellijk en met veel water afspoelen daar GnRH analogen door de huid opgenomen kunnen worden. In geval van accidenteel contact met de ogen deze naspoelen met veel water. De effecten van accidentele blootstelling bij zwangere vrouwen of vrouwen met normale reproductieve cycli zijn onbekend; daarom wordt aanbevolen dat zwangere vrouwen het diergeneesmiddel niet hanteren en dat vrouwen in de vruchtbare leeftijd het diergeneesmiddel met de nodige voorzichtigheid hanteren.

Personen met een bekende overgevoeligheid voor GnRH analogen dienen contact met het diergeneesmiddel te vermijden.

Registratienummer

REG NL 107265

Nadere informatie 
Zie bijsluiter of op aanvraag