Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

Versican Plus Pi L4

Werkzaam bestanddeel

Lyofilisaat (levend verzwakt)                                                Minimum        Maximum

Canine parainfluenza Type 2 virus, stam CPiV-2-Bio 15    103.1 TCID50*  105.1 TCID50*

*Tissue culture infectious dose 50%.

Doeldier

Honden

Indicaties 

Voor de actieve immunisatie van honden vanaf een leeftijd van 6 weken ter:
- preventie van klinische symptomen (neus- en ooguitvloeiing) en reductie van virusuitscheiding veroorzaakt door canine parainfluenzavirus
- preventie van klinische symptomen, infectie en uitscheiding via urine van L.interrogans serogroep Australis serovar Bratislava,  
- preventie van klinische symptomen en uitscheiding via urine en reductie van infectie veroorzaakt door L.interrogans serogroep Canicola serovar Canicola en L.interrogans serogroep Icterohaemorrhagiae serovar Icterohaemorrhagiae en
- preventie van klinische symptomen en reductie van infectie en uitscheiding via urine van L.interrogans serogroep Grippotyphosa serovar Grippotyphosa.

Aanvang van de immuniteit:
- 3 weken na voltooiing van de basisvaccinatie voor CPiV en
- 4 weken na voltooiing van de basisvaccinatie voor Leptospira componenten.

Immuniteitsduur:
Ten minste één jaar na de basisvaccinatie voor alle componenten van Versican Plus Pi/L4.

Toedieningswijze en dosering 

Subcutaan gebruik.

Dosis en toedieningsweg:
Lyofilisaat aseptisch reconstitueren met het oplosmiddel. Goed schudden en de volledige inhoud (1ml) van het gereconstitueerde product direct toedienen.
Gereconstitueerd vaccin: rozeachtig, of geelachtige kleur met een lichte glinstering.

Basisvaccinatieschema:
Twee doses Versican Plus Pi/L4 met een interval van 3-4 weken, vanaf de leeftijd van 6 weken.

Hervaccinatie schema:
Jaarlijks enkelvoudige dosering met Versican Plus Pi/L4.

Contra-indicaties

Geen.

Wachttermijn 

Niet van toepassing.

Bijwerkingen 

Na subcutane toediening bij honden kan vaak een voorbijgaande zwelling (tot 5 cm) op de injectieplaats worden waargenomen. Deze kan soms pijnlijk, warm of rood zijn. Een dergelijke zwelling zal tegen 14 dagen na vaccinatie spontaan verdwenen zijn of sterk verminderd zijn.
In zeldzame gevallen zijn gastro intestinale klachten mogelijk zoals diarree, braken of anorexie en verminderde activiteit.

Zoals bij elk vaccin kunnen een enkele keer overgevoeligheidsreacties optreden. Indien een dergelijke reactie optreedt dient direct een passende behandeling ingesteld te worden.

De frequentie van bijwerkingen is als volgt gedefinieerd:
- Zeer vaak (meer dan 1 op de 10 dieren vertoont bijwerkingen gedurende de duur van één behandeling)
- Vaak (1 tot 10 van de 100 dieren)
- Soms (1 tot 10 van de 1.000 dieren)
- Zelden (1 tot 10 van de 10.000 dieren)
- Zeer zelden (minder dan 1 van de 10.000 dieren, inclusief geïsoleerde rapporten)

Speciale waarschuwingen & Bijzondere voorzorgen 

Een goede immuunrespons is afhankelijk van een volledig adequaat immuunsysteem. Immunocompetentie van een dier kan negatief beïnvloed worden door verschillende factoren waaronder zwakke gezondheid, voedingstoestand, genetische factoren, gelijktijdige behandeling met medicijnen en stress.

Speciale voorzorgsmaatregelen voor gebruik bij dieren

Uitsluitend gezonde dieren vaccineren.

Na vaccinatie kunnen gevaccineerde dieren de levend geattenueerde virus vaccin stam CPiV uitscheiden. Echter, vanwege de lage pathogeniciteit van deze stam, is het niet nodig gevaccineerde honden te scheiden van niet- gevaccineerde honden.

Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door degene die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient

In geval van accidentele zelfinjectie, dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond.

Registratienummer

EU/2/14/172/001

EU/2/14/172/002

Nadere informatie 

Zie bijsluiter of op aanvraag