Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

Versican Plus DHPPi

Werkzaam bestanddeel

Lyofilisaat (levend geattenueerd)

   Minimum          Maximum

Canine distemper virus, stam CDV Bio 11/A                  103.1 TCID50*    105.1 TCID50

Canine adenovirus type 2, stam CAV-2-Bio 13               103.6 TCID50*    105.3 TCID50

Canine parvovirus type 2b, stam CPV-2b-Bio 12/B         104.3 TCID50*    106.6 TCID50

Canine parainfluenza type 2 virus, stam CPiV-2-Bio 15   103.1 TCID50*    105.1 TCID50

* Tissue culture infectious dose 50%

Doeldier

Honden

Indicaties 

Voor de actieve immunisatie van honden vanaf een leeftijd van 6 weken ter:
- preventie van mortaliteit en klinische symptomen veroorzaakt door canine distemper virus,
- preventie van mortaliteit en klinische symptomen veroorzaakt door canine adenovirus type 1,
- preventie van klinische symptomen en reductie van virusuitscheiding veroorzaakt door canine adenovirus type 2,
- preventie van klinische symptomen, leucopenie en virusuitscheiding veroorzaakt door canine parvovirus, en
- preventie van klinische symptomen (neus- en ooguitvloeiing) en reductie van virusuitscheiding veroorzaakt door canine parainfluenzavirus

Aanvang van de immuniteit:
- 3 weken na de eerste vaccinatie voor CDV, CAV, CPV, en
- 3 weken na voltooiing van de basisvaccinatie voor CPiV.

Immuniteitsduur:
Ten minste drie jaar na de basisvaccinatie voor CDV, CAV-1, CAV-2 en CPV. De immuniteitsduur tegen CAV-2 is niet vastgesteld door challenge. Aangetoond is dat 3 jaar na vaccinatie CAV-2 antilichamen nog aanwezig zijn. Een beschermende immuunrespons tegen CAV-2 geassocieerde respiratoire ziekte wordt geacht ten minste 3 jaar aan te houden.
Ten minste een jaar na de basisvaccinatie voor CpiV.

Toedieningswijze en dosering 

Subcutaan gebruik.

Dosis en toedieningsweg:
Lyofilisaat aseptisch reconstitueren met het oplosmiddel. Goed schudden en de volledige inhoud (1ml) van het gereconstitueerde product direct toedienen.

Gereconstitueerd vaccin: witachtig, tot geelachtige kleur met lichte glinstering.

Basisvaccinatieschema:
Twee doses Versican Plus DHPPi met een interval van 3-4 weken, vanaf de leeftijd van 6 weken.

Leptospira:
Indien bescherming tegen Leptospira vereist is, kunnen honden met een interval van 3-4 weken gevaccineerd worden met twee doses Versican Plus DHPPi vermengd met Versican Plus L4 vanaf een leeftijd van 6 weken. De inhoud van een enkele flacon Versican Plus DHPPi dient gereconstitueerd te worden met de inhoud van een enkele flacon Versican Plus L4 (in plaats van het oplosmiddel). Eenmaal vermengd dient de inhoud van de flacon een witachtig tot geelachtige kleur te hebben met een lichte glinstering. De vermengde vaccins dienen direct subcutaan toegediend te worden.

Rabiës
Indien bescherming tegen rabiës vereist is:
Eerste dosering: Versican Plus DHPPi vanaf een leeftijd van 8-9 weken.
Tweede dosering: Versican Plus DHPPi vermengd met Vanguard R 3-4 weken later, maar niet voor een leeftijd van 12 weken.
De inhoud van een enkele flacon Versican Plus DHPPi dient vermengd te worden met de inhoud van een enkele flacon Vanguard R (in plaats van het oplosmiddel). Eenmaal vermengd dient de inhoud van de flacon een roze/rode of geelachtige kleur te hebben met een lichte glinstering.
De vermengde vaccins dienen direct subcutaan toegediend te worden.

In laboratorium onderzoeken is de werkzaamheid van de rabiësfractie na enkelvoudige dosering bij een leeftijd vanaf 12 weken bewezen. Echter, in veldonderzoek toonde 10% van seronegatieve honden 3-4 weken na de eerste enkelvoudige vaccinatie tegen rabiës geen seroconversie (> 0,1 IU/ml). Nog eens 17% toonde niet de 0,5 IU/ml rabies antilichaamtiter die door sommige niet-EU landen vereist is om het land in te komen. In geval van reizen naar risicogebieden of voor reizen buiten de EU kunnen dierenartsen een tweevoudige basisvaccinatie inclusief rabiës of een extra rabiësvaccinatie na de leeftijd van 12 weken wenselijk achten.
Indien nodig kunnen dieren jonger dan 8 weken gevaccineerd worden, daar de veiligheid van dit product aangetoond is in honden met een leeftijd van 6 weken.

Hervaccinatie schema:
Een enkelvoudige dosering met Versican Plus DHPPi dient elke 3 jaar gegeven te worden. Jaarlijkse hervaccinatie is vereist voor parainfluenza, daarom kan indien nodig jaarlijks een enkelvoudige dosis van het compatibele vaccin Versican Plus Pi gebruikt worden.

Contra-indicaties

Geen.

Wachttermijn 

Niet van toepassing.

Bijwerkingen 

Na subcutane toediening bij honden kan vaak een voorbijgaande zwelling (tot 5 cm) op de injectieplaats worden waargenomen. Deze kan soms pijnlijk, warm of rood zijn. Een dergelijke zwelling zal tegen 14 dagen na vaccinatie spontaan verdwenen zijn of sterk verminderd zijn.
In zeldzame gevallen zijn gastro intestinale klachten mogelijk zoals diarree, braken of anorexie en verminderde activiteit.

Zoals bij elk vaccin kunnen een enkele keer overgevoeligheidsreacties optreden. Indien een dergelijke reactie optreedt dient direct een passende behandeling ingesteld te worden.

De frequentie van bijwerkingen is als volgt gedefinieerd:
- Zeer vaak (meer dan 1 op de 10 dieren vertoont bijwerkingen gedurende de duur van één behandeling)
- Vaak (1 tot 10 van de 100 dieren)
- Soms (1 tot 10 van de 1.000 dieren)
- Zelden (1 tot 10 van de 10.000 dieren)
- Zeer zelden (minder dan 1 van de 10.000 dieren, inclusief geïsoleerde rapporten)

Speciale waarschuwingen & Bijzondere voorzorgen 

Een goede immuunrespons is afhankelijk van een volledig adequaat immuunsysteem. Immunocompetentie van een dier kan negatief beïnvloed worden door verschillende factoren waaronder zwakke gezondheid, voedingstoestand, genetische factoren, gelijktijdige behandeling met medicijnen en stress.
Immunologische respons op de CDV, CAV en CPV bestanddelen van het vaccin kan vertraagd zijn vanwege interferentie met maternale antilichamen. Echter, het is aangetoond dat het vaccin bescherming biedt tegen virus challenge bij maternale antilichaamtiters tegen CDV, CAV en CPV die gelijk zijn of hoger dan onder veldomstandigheden gebruikelijk. In situaties waarin zeer hoge titers van maternale antilichamen verwacht worden, dient het vaccinatieschema dienovereenkomstig bepaald te worden.

Speciale voorzorgsmaatregelen voor gebruik bij dieren

Uitsluitend gezonde dieren vaccineren.

Na vaccinatie kunnen gevaccineerde dieren de levend geattenueerde virus vaccin stammen CAV-2, CPiV en CPV-2b uitscheiden, uitscheiding van CPV is aangetoond tot 10 dagen. Echter, vanwege de lage pathogeniciteit van deze stammen, is het niet nodig gevaccineerde honden te scheiden van niet- gevaccineerde honden. De vaccin virus stam CPV-2b is niet onderzocht in gedomesticeerde katten en andere carnivoren (behalve honden), waarvan bekend is dat ze gevoelig zijn voor canine parvovirussen. Gevaccineerde honden dienen daarom na vaccinatie gescheiden te worden van andere canine en feline diersoorten.

Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door degene die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient

In geval van accidentele zelfinjectie, dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond.

Registratienummer

EU/2/14/169/001

EU/2/14/169/002

Nadere informatie 

Zie bijsluiter of op aanvraag