Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

ONTWORMEN, JAWEL MAAR NIET TEVEEL

De eerste ontwormingsmiddelen werden gecreëerd in de jaren '60 ter bestrijding van grote strongyliden die, in die tijd, door hun frequentie en hun hoge pathogeniteit veel schade teweegbrachten (kolieken, kreupelheid, sterfte, ...). Om deze wormen te bestrijden, werd aanbevolen om de paarden minstens om de 2 maanden te ontwormen. Deze strategie is doeltreffend gebleken, aangezien de aanwezigheid van grote strongyliden sterk verminderd is, maar helaas heeft het ook resistentie in de hand gewerkt tegen van andere wormen, waaronder met name kleine strongyliden. Deze kleine strongyliden zijn vandaag de belangrijkste parasieten bij paarden (93% van de paarden zijn besmet) en kunnen zware gevolgen hebben de gezondheid van de paarden.

Het ergste gevolg van overmatig gebruik van ontwormingsmiddelen is het ontstaan van resistentie. Er is sprake van resistentie wanneer een populatie die eerder gevoelig was voor een molecule (dat wil zeggen erdoor gedood werd) niet meer gevoelig is voor diezelfde molecule en dus de ontworming overleeft (ongeveer zoals bacteriën en antibiotica). Zodra de parasieten een resistentie hebben ontwikkeld tegen een molecule, zullen ze er nooit meer gevoelig voor zijn. De 2 belangrijkste factoren die bijdragen tot het optreden en de toename van resistentie zijn onderdosering en het frequent en/of onaangepast gebruik van ontwormingsmiddelen.

Wanneer het resistentiefenomeen vastgesteld is, zijn de aanbevelingen aangepast om het te vertragen. Men raadt aan om volwassen paarden alleen te ontwormen als hun mestonderzoek positief is (aanwezigheid van een bepaald aantal parasieteneitjes in de mest), er is dan sprake van selectieve ontworming. Maar aangezien sommige wormen niet of weinig detecteerbaar zijn door mestonderzoek (lintwormen, paardenhorzels, ingekapselde kleine strongyliden...) en het niet raadzaam is om ontwormingen meer dan 6 maanden te spreiden (om zeker te zijn dat de cyclus van de grote strongyliden wordt onderbroken) moet de selectieve ontworming gecombineerd worden met een systematische (of strategische) ontworming, 2 keer per jaar.

Voor volwassen paarden (>3 jaar) zijn de programma's dus gebaseerd op 2 systematische ontwormingen per jaar (in de late herfst en in het vroege voorjaar of aan het einde en in het begin van het weideseizoen), plus 1 of 2 extra selectieve ontwormingen in de zomer, op basis van de resultaten van het mestonderzoek. Minstens 1 van de 2 systematische behandelingen moet gericht zijn op lintwormen, paardenhorzels en ingekapselde kleine strongyliden. Gezien de cycli van deze parasieten, is de meest logische keuze de behandeling in de late herfst. (1, 7, 8, 9)

schema chart
horse one

Jonge dieren zijn meer vatbaar voor parasitaire besmettingen en zijn daarom een belangrijke bron van uitscheiding van eitjes. Het is beter uw groep jonge dieren samen te laten en ze 3 tot 4 keer per jaar te ontwormen, altijd met inbegrip van ten minste een keer, bij voorkeur in de late herfst, een behandeling actief tegen lintwormen, paardenhorzels en ingekapselde kleine strongyliden. (4, 7)

horse one

De omgeving van merries en veulens moet zo schoon mogelijk zijn. Aan het eind van de dracht is de natuurlijke immuniteit van de fokmerrie verminderd, zodat ze een belangrijke bron van uitscheiding van eitjes en daarmee van weidebesmetting kan worden. Om deze besmetting te helpen verminderen en de fokmerries in goede gezondheid te houden tijdens en na de dracht, is het belangrijk om ze regelmatig te ontwormen volgens hetzelfde schema als volwassen paarden, maar met een extra behandeling net voor het veulenen om vroegtijdige besmetting van de veulens te beperken (9). De meeste ontwormingsmiddelen die momenteel beschikbaar zijn op de markt kunnen bij drachtige of zogende merries worden gebruikt.

horse one

Veulens zijn individuen met een hoog risico op wormbesmetting, enerzijds omdat ze nog geen natuurlijke immuniteit hebben verworven en daarom meer vatbaar zijn voor parasitaire besmettingen; anderzijds omdat ze besmet worden door zeer specifieke wormen die zeer gevaarlijk zijn voor hun gezondheid: spoelwormen. De ontworming van veulens begint rond de leeftijd van 2-3 maanden (zodra ze grazen) en kan herhaald worden om de 2-3 maanden tot de leeftijd van 1 jaar (1, 7). Aangezien de veulens groeien, verandert hun gewicht voortdurend. Daarom moeten ze voor elke behandeling worden gewogen, hetzij met een meetlint of met een weegschaal, om zeker te zijn dat de toegediende dosis aangepast is aan het gewicht van het veulen.

horse one

De ontwormingsgeschiedenis van een nieuw paard, alsook andere factoren, die zijn parasitaire status kunnen beïnvloeden, zijn niet altijd goed bekend. Daarom is het belangrijk deze nieuwe paarden te behandelen vóór hun aankomst. Dit niet alleen om te waken over hun gezondheid, maar ook opdat ze de weiden/paddocks niet besmetten met resistente parasieten of parasieten die niet aanwezig zijn in uw stal. Het ideale schema is (2, 9): - Ontwormen vóór aankomst of uiterlijk bij aankomst - Als de behandeling bij aankomst werd uitgevoerd, 48 uur op stal isoleren (om te vermijden dat de eitjes die reeds aanwezig waren in het spijsverteringskanaal voor de ontworming, de weiden besmetten) - Voor het op de weide laten een mestonderzoek uitvoeren om de doeltreffendheid van het gebruikte ontwormingsmiddel na te gaan. Om te bepalen welk ontwormingsmiddel u aan elke nieuwkomer moet geven, raadpleegt u uw dierenarts.

1-American Association of Equine Practitioners. Parasites control guidelines. 2016.

2-Beugnet F. Fayet G. Guillot J. Grange E. Desjardins I. Dang H. Abrégé de Parasitologie clinique des Equidés - Volume 2 - Parasitoses et Mycoses Internes.

4-Debergé E et al. L’intérêt de la vermifugation sélective et sa mise en place chez le cheval. Le nouveau praticien vétérinaire équine. 2014.

7-Nielsen MK. Integrated parasite control - how to strike that balance. AAEP proceeding 2014

8-Nielsen MK. Sustainable equine parasite control: Perspectives and research needs. Vet Parasitol 2012; 185: 32–44.

9-http://www.haras-nationaux.fr/information/accueil-equipaedia/soins-et-prevention/prevention/vermifugation.html