Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

Zoals reeds uitgelegd, is het doel van wormcontrole het herstellen van het evenwicht tussen wormen, paarden en weiden, om de paarden op een niveau van wormbesmetting te houden dat niet gevaarlijk is voor hun gezondheid.
U kunt dat evenwicht beïnvloeden. Proberen om de besmettingsgraad van de weiden te verminderen, is een van de belangrijkste aspecten van deze strategie. Door de parasietenlast te beperken, dankzij een doeltreffend beheer van de weiden, kunt u het gebruik van ontwormingsmiddelen verminderen om hun werkzaamheid op lange termijn te behouden en tegelijkertijd de gezondheid en prestaties van uw paarden handhaven.

PRINCIPES VAN WEIDEMANAGEMENT

De volgende maatregelen kunnen niet allemaal worden toegepast, maar probeer ze zo veel mogelijk toe te passen om het besmettingsniveau van de weiden en daarom ook van uw paard zo goed mogelijk te beheersen.

VERMIJD OVERBEGRAZING

De niet-begraasde zones rondom de paardenmest zijn een natuurlijk beschermingsmechanisme. De wormlarven zijn er 15 keer talrijker dan in de rest van het weiland. Als de dichtheid van de paarden echter te groot is, dan zullen de paarden gaan grazen rondom de mesthoopjes en raken ze gemakkelijker besmet.

De aanbevolen oppervlakte is ongeveer een hectare per paard, maar met variaties naargelang de aard van de bodem of het klimaat (hoeveelheid beschikbaar gras). Wanneer de dichtheid van de paarden vervijfvoudigd wordt, wordt het risico op wormbesmetting vervijfentwintigvoudigd.

DE MEST VERWIJDEREN

In de mest worden de eitjes uitgescheiden of veranderen ze in larven voordat ze zich over de weide verspreiden. Als u dus de mest uit de weide haalt, verwijdert u de bron van besmetting.
Opdat deze methode voor 100% doeltreffend zou zijn, zou u alle mest moeten oprapen zodra hij wordt uitgescheiden, wat helaas onmogelijk is. Maar het is aangetoond dat 2 keer per week de mest oprapen het besmettingsniveau van de weiden reeds aanzienlijk vermindert.
Kleine paddocks zijn bijzonder gevaarlijk in parasitair opzicht, omdat er geen afbakening is tussen de graaszones en de mestzones. Om het besmettingsrisico hier te beperken, is het dagelijks oprapen van de mest onontbeerlijk.
Een gemiddeld paard met een gewicht van 450 kg produceert 5 tot 12 mesthoopjes (zo’n 24 kg) per dag of 10 ton per jaar!

ROTATIE VAN DE PERCELEN EN VAN DE DIERSOORTEN

Een weide gedurende een lange periode leeg laten, kan het besmettingsniveau ervan verminderen, maar de vernietiging van de eitjes en/of larven die aanwezig zijn in de weide hangt af van de weersomstandigheden, waarbij extreme omstandigheden (hoge temperaturen en droogte, vorst, ...) het meest doeltreffend zijn.
De doeltreffendheid van deze methode is dus zeer variabel.
Het afwisselen, op eenzelfde weide, van paarden met runderen, schapen of geiten kan het besmettingsniveau van de paarden verminderen wanneer ze terugkeren naar de weide. De meeste larven uit de wormen van paarden die ingeslikt worden door de andere soorten herbivoren, zullen zich immers niet kunnen ontwikkelen tot volwassen wormen. De cyclus is dus verbroken, deze soorten fungeren als natuurlijke reinigers. Het omgekeerde is ook waar, de paarden zullen niet besmet kunnen worden met larven van wormen afkomstig van andere gedomesticeerde herbivoren.

ONDERHOUD VAN DE WEIDEN

Goed uitgevoerd kalken zou tot 80% van de larven van parasieten vernietigen (activiteit aangetoond in het laboratorium), maar het effect ervan op kleine strongyliden is nog niet bewezen door middel van veldproeven.
Anderzijds kan kalken een schadelijk effect op de flora hebben. Doe het niet zonder een voorafgaande bodemanalyse.

Eggen van de weiden verspreidt de eitjes en de larven over de weide en zal dus doeltreffend zijn als het wordt uitgevoerd bij warm en droog weer. Bij blootstelling aan hitte en uitdroging zullen de eitjes en larven worden vernietigd. Bij nat weer is het effect echter omgekeerd: de parasieten worden verspreid over de hele weide in plaats van geconcentreerd te blijven in de niet-begraasde zones en het vocht bevordert de ontwikkeling van de larven. De paarden worden dan nog veel meer blootgesteld aan besmetting.
Opmerking: aarswormen komen niet voor in weiden. Dezelfde aanpak moet echter gehanteerd worden voor de hygiëne van de paardenstallen om de levenscyclus van deze parasieten te doorbreken.