Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

PMWS (Wegkwijnziekte)

Post-weaning Multisystemic Wasting Syndrome

 

 

 

De laatste jaren is  het belang van deze aandoeningen in vele landen toegenomen, vooral in Canada, de VS en Europa. De naam  geeft al aan dat  er sprake is van meerdere verschijningsvormen waarin de ziekte zich kan manifesteren. De economisch meest belangrijke vorm staat bekend onder de naam PMWS (Postweaning Multisystemic Wasting Syndrome), bij ons beter bekend als de wegkwijnziekte.

De aandoening staat in verband met porcine circovirus (PCV). Er zijn twee serotypen (type 1 en type 2), maar alleen van type 2 is aangetoond dat het de ziekte op kan wekken. Sinds 1985 is al bekend dat het virus circuleert. Klinische gevallen werden het eerst in  Canada beschreven. Het virus heeft zich sindsdien wijd verspreid, over Noord-Amerika en Europa.

Uit serumonderzoek is gebleken dat de besmetting zich ruim heeft verspreid in de varkensstapel. Hoewel de meeste infecties een subklinisch verloop hebben, heeft de aandoening belangrijke economische gevolgen. Biggen raken vaak al voor het spenen geïnfecteerd.

Alles uitvouwen
  • Zoals gezegd kent PCVAD verschillende verschijningsvormen:

    • PMWS of wegkwijnziekte kan zich gedragen als een langzaam progressieve aandoening, kan de totale mortaliteit toch hoog zijn (meer dan 10% na het spenen): het lichaamsgewicht van de biggen neemt af en ze teren langzaam weg. Het haarkleed wordt ruw, de huid wordt bleek en soms geel.
    • Luchtwegproblemen in het kader van SRD (Swine Repiratory Disease): Luchtwegproblemen staan hier op de voorgrond (longontstekeing, hoest en geforceerde ademhaling). In het algemeen zeer matige reactie op antibioticabehandelingen. Vaak is er sprake van een co-infectie met andere luchtwegpathogenen (PRRSv M. Hyo)
    • PDNS (Porcine Dermatitis & Nephropaty Syndroom) Typische huidlaesies bij de poten en de achterhand van het varken. Aangetaste varkens sterven in de regel
    • Maagdarmproblemen, gepaard gaande met diarhee. Vaak verward met ileitis.
    • Bij nog niet eerder geïnfecteerde gelten en zeugen wordt de aandoening vaak geassocieërd met vruchtbaarheidsproblemen.
  • Er zijn meerdere bronnen van besmetting en factoren die varkens gevoeliger maken voor de aandoening.

    Managementfactoren spelen duidelijk een grote rol. Bijvoorbeeld het mengen van dieren, stress, het niet aanhouden van het all-in all-out systeem en overbezetting kunnen de aandoening in de hand werken.

    Besmette mest, kleding, materiaal, veewagens, berensperma en zelfs vogels en knaagdieren kunnen het virus overdragen. Het is niet bekend via welke andere wegen het virus zich verspreidt tussen varkens onderling of tussen verschillende populaties. 

  • Er zijn verchillende laboratoriumtesten, welke op serum, speeksel of longspoelsel (BALF) kunnen worden verricht (ELISA en PCR) en waarin antichamen dan wel het virus zelf kan worden aangtoond. Middels deze tests kan de diagnose zeer aannemelijk worden gemaakt, maar voor een definieve diagnose dient sectie te worden verricht. Alleen de combinatie van klinische verschijnsel, het aantreffen van de voor PCV2 typische laesies tijdens sectie en het aantonen van het virus in deze laesies is bewijzend voor de diagnose PCVAD

    Soms wordt er ook voorgesteld om een ‘diagnostische vaccinatie’ toe te pasen waarbij de productieresultaten van een gevaccineerde groep worden vergeleken met die van een niet-gevaccineerde groep. Daar vele factoren de productieresultaten kunnen beïnvloeden, dient men uiterst voorzichtig te zijn met deze wijze van diagnostiek 

    • Managementmaatregelen
      Het toepassen van managementmaatregelen die tot doel hebben de infectiedruk van PCV2 en andere ziektekiemen te minimaliseren, de hygiëne te verbeteren en stress te verminderen, kunnen de problematiek van PCVD niet voorkomen maar wel verminderen.
    • Beheersen van co-infecties
      Andere infecties zoals PRRSv (Porcien Reproductief en Respiratoir Syndroom virus), M. hyo (Mycoplasma hyopneumoniae), PPV (Porcien Parvovirus) en SIV (Swine Influenza Virus of griep), kunnen PCVD faciliteren of verergeren.
      Het is dus belangrijk deze co-infecties te controleren door middel van vaccinatie, managementmaatregelen en/of antibioticagebruik.
    • Antibiotica
      Behandeling met antibiotica heeft geen directe invloed op het PCV2 virus
      Antibiotica kunnen wel ingezet worden ter behandeling van secundaire bacteriële infecties.
    • Genetica
      Alle varkensrassen zijn gevoelig voor infecties met PCV2. Echter, bij bepaalde varkensrassen  (vb. Piëtrain) lijdt een PCV2 infectie tor minder enstige symptomen dan bij andere (vb. landrassen).
    • Vaccinatie
      Recent werden vaccins ontwikkeld die tot doel hebben om de biggen en vleesvarkens te beschermen tegen de gevolgen van een PCV2 infectie.
      Hierbij bestaat de mogelijkheid om zeugen of biggen te vaccineren, dan wel beide.