Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland
Actinobacillus Pleuropneumoniae (App)

Actinobacillus Pleuropneumoniae (App)

Eenzijdige longontsteking

Het ziektebeeld  veroorzaakt door Actinobacillus  pleuropneumoniae (App), gaat gepaard met een hoge mortaliteit, groeivertraging en later slachtrijp worden. De behandelkosten en de noodzaak om aan de slachtlijn extra materiaal te verwijderen, dragen mede bij aan de belangrijke bedrijfseconomische gevolgen van deze ziekte.

De belangrijkste klinische verschijnselen en sectiebevindingen gevonden bij APP-besmetting

 

Klinische verschijnselen

Macroscopische letsels

Peracute gevallen

  • Hoge mortaliteit
  • Koorts, anorexie, ernstige depressie
  • Duidelijke benauwdheid
  • Eventueel neusuitvloeiing (schuimend, bloederig) en cyanose van de extremiteiten
  • Bloederig schuim in de luchtwegen
  • Congestie van de longen
  • Hemorragische en broos longweefsel
  • Bloederig vocht

Acute gevallen

  • Koorts, benauwdheid, hoesten
  • Anorexie, lethargie
  • Snel verslechterde gezondheidstoestand
  • Focale hemorragische necrose in de diafragmatische longkwab
  • Fibrineuze of fibreuze pleuritis

Chronische APP

  • Geregeld hoesten
  • Ongelijke groei met af en toe acute of hyperacute uitbraken
  • Gewoonlijk vast te stellen aan de slachtlijn
  • Hoge incidentie aan pleuritis en georganiseerdefibreuse letsels op de diafragmatische kwab
Alles uitvouwen
  • Ziektevrije afdelingen: bewaak de status door aangevoerde dieren te controleren (aan de hand van de ziektestatus van het bedrijf van oorsprong, en door systematische quarantaine van aangevoerde fokdieren).
    Afdelingen waar de besmetting actief is: pas het all-in all-out systeem toe. Als all-in, all-out niet toegepast kan worden, is de ziektebestrijding gebaseerd op strategisch medicineren, eventuele vaccinatieprogramma’s (commercieel of autogeen vaccin), verbetering van de ventilatie, een geringere bezetting,  een streng reinigings- en desinfectiebeleid en zeer intensieve biosecurityregels

  • Het vroegtijdig instellen van een antibioticatherapie is essentieel om de mortaliteit te beperken. Ernstig aangetaste varkens moeten parenteraal worden behandeld met bepaalde antibiotica, zoals opgenomen in het formularium varken . Er is antibioticaresistentie gerapporteerd, dus het antibioticum dient bij voorkeur te worden gekozen op basis van een gevoeligheidstest van de App die bij de ziekte-uitbraak geïsoleerd werd

  • De verschillende typen App bacteriën koloniseren de neusholte en tonsillen, maar slechts enkele virulente stammen kunnen de longen bereiken, waar ze de ziekte kunnen veroorzaken (Gottschalk en Taylor, 2006). Er bestaan vijftien serotypen en hoewel virulente stammen tot bepaalde serotypen behoren, is het omgekeerd echter niet altijd waar; isolaten van een bepaald serotype kunnen al dan niet ziekte opwekken. De ernst van de App infectie hangt af van de virulentie van de kiem, de immuniteitsstatus van het bedrijf en omgevingsfactoren. Doorslaggevend voor de virulentie zijn de cytotoxinen Apx I, Apx II, Apx III en Apx IV (Bosse et al., 2002). De immunologische status  van het bedrijf hangt af van concentraties maternale antistoffen (MDA) die 5–12 weken kunnen blijven bestaan en van de aanwezigheid van avirulente App-stammen, die een kruisbeschermende immuniteit veroorzaken. Onder de omgevingsfactoren vallen een hoge bezettingsgraad, het mengen van groepen, snelle wisselingen van temperatuur of luchtvochtigheid en onvoldoende ventilatie.
    Besmette varkens dragen de bacterie over via vocht. De zeug infecteert haar biggen vanaf 2 weken post partum., en deze verspreiden vervolgens de infectie onder hun groepsgenoten bij het afnemen van de maternale immuniteit na het spenen. Het micro-organisme wordt in grote hoeveelheden uitgescheiden via de neus en kan in de omgeving 3 dagen overleven in slijm. App kan in water tot 30 dagen overleven bij een temperatuur van 4 °C.

  • De diagnose van App is gebaseerd op de typische klinische verschijnselen en sectiebevindingen, in combinatie met het isoleren  van App uit longlaesies.

    • Biochemische profilering is nodig om App-isolaten te differentiëren van verwante commensale bacteriën.
    • Isolatie van de bacterie uit tonsilswabs van varkens uit de groep: dit heeft geen diagnostische waarde, aangezien in de bovenste luchtwegen ook avirulente App-stammen voorkomen (die overigens óók enkele genen voor toxineproductie kunnen bezitten).
    • Serotypering van isolaten: mogelijk, maar geen betrouwbare voorspellende factor van de virulentie
    • Identificatie aan de hand van PCR: gericht op de genen die coderen voor de toxinen of voor de determinanten van het serotype. Serologie (ELISA) op bedrijfsniveau, om App-specifieke antistoffen te bepalen: veel toegepast, maar de interpretatie is moeilijk. Met deze tests worden antistoffen aangetoond die speciaal gericht zijn tegen specifieke serotypen (op basis van kapselantigenen), of tegen het Apx IV-toxine (algemeen voorkomend bij alle App’s). De aanwezigheid van antistoffen tegen App kan echter niet dienen als voorspellende factor voor de virulentie.
  • 1. Gottschalk M, taylor D. 2006. Actinobacillus pleuropneumoniae. in: Diseases of swine. eds, Straw B,
    2. Zimmerman JJ, D’allaire S, and Taylor D. 9th Edn. Blackwell Publishing. Oxford.
    3. Bosse J, Janson H, Sheehan B, Beddek A, Rycroft N, Kroll S, Langford P. 2002. Actinobacillus pleuropneumoniae: Pathobiology and pathogenesis of the infection. Microbes and Infection 4: 225-235. Anon. 2004. VLA Quarterly Surveillance Report: 8:5-6.
    4. Andersen LV, Gram S. 2004. Successful elimination of A. pleuropneumoniae, M. hyopneumoniae, and PRRS V by partial depopulation, early weaning, andtilmicosin treatment. Proceedings of the 18th Congress of the International Pig veterinary Society, Hamburg, p179.