Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

Zere bekjes (ecthyma contagiosum)

Doordat schapen meer verplaatst worden tussen bedrijven, is ook de verspreiding van zere bekjes (ecthyma contagiosum) toegenomen. Het virus kan in de wol en op de huid lange tijd overleven; in de omgeving zelfs jarenlang.

Alles uitvouwen
  • De ziekte wordt veroorzaakt door een virus uit de pokkenfamilie dat aanwezig is in korstjes van geïnfecteerde dieren. Het zere bekjes-virus ontwikkelt zich en groeit op huid die beschadigd is door contact met distels, hooi, ruw weidegras en stoppelvelden. Opfok in feedlots en voer in korrelvorm zijn ook bevorderlijk voor de ontwikkeling van het virus, door het veroorzaken van schaafplekken rond de bek wat de dieren vatbaarder maakt voor infectie.

  • De symptomen kunnen per schaap verschillen. Koele lichaamsdelen zoals de huidlagen rond de snuit en poten vormen de ideale omgeving voor de ontwikkeling van de ziekte. De korstjes worden het vaakst gezien rond de bek en lippen, snuit, poten, spenen en uiers, en bij rammen ook aan de bovenkant van de kop. Deze wondjes kunnen ervoor zorgen dat het schaap niet meer goed kan eten en kunnen het dier kreupel maken.

    Ernstig aangetaste lammeren kunnen soms dagenlang niet eten. Dit leidt tot conditieverlies en een grotere vatbaarheid voor andere ziektes of dood door ondervoeding bij jonge lammeren. Zere bekjes is op zich niet dodelijk, maar zal de groei aanzienlijk vertragen. Letsels aan de spenen en uiers van ooien kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van mastitis. De letsels zijn pijnlijk, waardoor de ooi haar lammeren het drinken kan weigeren.

  • De diagnose wordt gesteld aan de hand van klinisch onderzoek van zieke dieren. Bij sommige dieren treedt zere bekjes tegelijk met dermatophilose (huidaandoening) op. Zere bekjes kan verward worden met onder andere dermatophilose, bacteriële huidinfecties en fotosensibilisatie (zonnebrand).

  • Er bestaat geen virusdodend geneesmiddel en het ziekteverloop duurt meestal drie tot vier weken. De verspreiding kan verminderd worden door besmette koppels te verplaatsen naar weidegronden met minder risico voor huidbeschadigingen, zoals velden met minder distels en klissen. Bij ernstig aangetaste dieren kan behandeling van secundaire infecties nodig zijn. Schapen die herstellen van zere bekjes hebben daarna een levenslange immuniteit tegen ernstige infectie. Ze blijven weliswaar vatbaar voor herinfectie, maar de infectie zal milder en korter van duur zijn en kan onopgemerkt voorbijgaan.

    Het ziektecijfer kan oplopen tot 100%, en het sterftecijfer kan de 5% overschrijden in ernstige gevallen door complicaties als myasis (huidmadenziekte), mastitis bij ooien en secundaire bacteriële infectie. Behandeling is zelden zinvol. Vaccinatie kan overwogen worden. De beste bestrijding is gebaseerd op begrazingsbeheer.

  • Een ‘gesloten bedrijfsvoering’ is van belang bij de preventie. Als er toch contact is met schapen van andere koppels of er een ram aangekocht moet worden, is de kans op insleep van de infectie groot. Aanvoer van nieuwe dieren dient in ieder geval niet plaats te vinden rond het aflammeren of tijdens de lactatieperiode in verband met de grote risico’s op complicaties bij infecties aan de spenen van de ooien. Over de rol van vaccinatie ter preventie zijn de meningen verdeeld, omdat de huidige beschikbare vaccins onvoldoende solide en langdurige immuniteit geven.