Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

Tetanus

Tetanus, ook wel (kaak)klem of wondkramp genoemd, is een veel voorkomende, zeer dodelijke bacteriële aandoening. Het toxine (gifstof) van de bacterie Clostridium tetani veroorzaakt tetanus. C. tetani komt algemeen voor in de grond en in uitwerpselen, en produceert talrijke sporen die jarenlang besmettelijk blijven. Resistente sporen komen meer voor in landbouwgrond dan in ongecultiveerde grond. De micro-organismen worden vaak aangetroffen in de uitwerpselen van verschillende huisdieren, waaronder honden en katten, maar ook van mensen.

Tetanus treedt op indien een wond geïnfecteerd raakt met bacteriële sporen van C. tetani. De sporen ontkiemen in de wond, vermeerderen zich en produceren een krachtig toxine dat de spieren aantast.

Alles uitvouwen
  • Tetanus treedt op bij aanwezigheid van C. tetani-bacteriën in beschadigd weefsel met een verlaagde zuurstoftoevoer. Steekwonden, bijvoorbeeld door houtsplinters, hondenbeten, scheerwondjes en wondjes na het oormerken van lammeren, vormen de ideale groeiplaats voor tetanusbacteriën. Tetanus kan ook optreden in wondjes die te klein zijn om opgemerkt te worden.

  • De incubatieperiode bedraagt meestal drie dagen tot drie weken. In deze periode vermeerdert het micro-organisme zich en produceert het zijn dodelijke gifstof. De gifstof dringt de zenuwen van de wond binnen en verplaatst zich naar het ruggenmerg en de hersenen, waar het zich hecht aan de zenuwcellen en ernstige en oncontroleerbare spierspasmen veroorzaakt.

    Symptomen van tetanus verschijnen nadat er in een wond een infectie is ontstaan. De symptomen zijn onder andere stijve spieren, coördinatieverlies, ongecoördineerde gangen, spasmen, ‘kaakklem’ met onvermogen om te eten of drinken, verschijnen van het derde ooglid, meteorisme (trommelzucht) en overdreven reactie op plotseling geluid of fysieke aanraking. Deze symptomen treden niet noodzakelijkerwijs allemaal op. Het dier zal meestal liggen met alle vier de poten stijf gestrekt en de kop naar achteren getrokken. Het dier kan stuipen vertonen. Sterfte kan optreden door verlamming van de ademhalingsspieren, meestal drie tot vier dagen na de eerste ziekteverschijnselen. Soms wordt een aantal dieren dood aangetroffen, zonder dat er ziekteverschijnselen werden opgemerkt.

  • Behandeling bestaat uit het verzorgen van de wond en een juiste toediening van hoge doses tetanusantitoxine en antibiotica. Dit is een complexe procedure en de behandeling is meestal tijdrovend, duur en zelden succesvol. Preventie is dus het beste beleid.

  • Goede hygiëne en vaccinatie zijn beide van essentieel belang bij de preventie van tetanus. Omdat de meeste ontsmettingsmiddelen geen effect hebben op tetanussporen, is hygiëne van groot belang bij alle vormen van veehouderij en bij chirurgische ingrepen. Oormerken dienen voor het inbrengen gedesinfecteerd te worden. Uitlopen moeten met water besproeid worden om stofvorming te verminderen. Het gebruik van weidegrond als tijdelijke uitloop kan ook helpen.

    Ondanks alle inspanningen is besmetting van wonden vaak een probleem. Daarom moet vaccinatie ook een onderdeel zijn van het preventiebeleid. Tetanus kan voorkomen worden door drachtige ooien voor het aflammeren te vaccineren.

    Een adequate vaccinatie bestaat uit het toedienen van twee doses van het vaccin met een interval van ten minste vier weken. Toediening van een jaarlijkse boostervaccinatie wordt daarna aangeraden. Deze algemene procedure is noodzakelijk bij alle niet-gevaccineerde dieren. Na de eerste dosis treedt tijdelijke immuniteit op na 9 tot 14 dagen, maar die neemt snel af. Aangezien de incubatieperiode soms maar drie dagen is, zal duidelijk zijn dat een enkele vaccinatie weinig zal doen om de ziekte te voorkomen. Dieren moeten daarom voldoende immuniteit hebben vóór het uitvoeren van een chirurgische ingreep, zoals een keizersnede.