Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

Enterotoxaemie (‘het bloed’)

Enterotoxaemie is de verzamelnaam voor een groep aandoeningen die veroorzaakt worden door Cl. perfringens-bacteriën, waaronder lamdysenterie (Cl. perfringens type B) en ‘het bloed’ (Cl. perfringens type D). Cl. perfringens-bacteriën worden aangetroffen in de omgeving en maken deel uit van de normale darmflora van gezonde schapen en geiten. Meestal veroorzaken ze geen problemen. Onder bepaalde omstandigheden is er een overmatige bacteriegroei, waarbij dodelijke hoeveelheden gifstoffen (toxines) worden geproduceerd, wat leidt tot de dood van het dier.

Alles uitvouwen
  • Enterotoxaemie (ook wel ‘het bloed’, bloedziekte, weeldeziekte of eiwitvergiftiging genoemd) wordt veroorzaakt door het toxine van de bacterie Cl. perfringens (type D) bij opname vanuit het darmkanaal. De ziekte ontwikkelt zich wanneer de omstandigheden in de darmen gunstig zijn voor bacteriegroei en het aantal bacteriën, en dus ook de productie van gifstoffen, drastisch toeneemt.

    De gifstoffen veroorzaken enterocolitis (ontsteking van de darmen), vergroten de doorlaatbaarheid van de bloedvaten en worden opgenomen in het bloed. Ze circuleren in de bloedbaan, waar ze zorgen voor een zwelling van de longen en nieren. Hieraan dankt de ziekte zijn naam in het Engels: ‘pulpy kidney disease’ (letterlijk: pap-nieren-ziekte). Dit kan het gevolg zijn van een verhoogde voedselopname, grazen op een nieuwe of betere weide, drastische rantsoenwijzigingen of het starten van een voer op graanbasis.

    Jonge dieren zijn het vatbaarst. Plotselinge en hoge sterftecijfers worden vooral gezien bij schapen- en geitenlammeren. Hoewel volwassen dieren ook vatbaar zijn voor enterotoxaemie, ontwikkelen ze immuniteit door regelmatige blootstelling aan deze gifstoffen. Vooral bij intensief gehouden volwassen melkgeiten op eiwit- en energierijke en structuurarme rantsoenen zijn erg vatbaar voor enterotoxaemie.

  • Dieren met enterotoxaemie worden vaak dood aangetroffen zonder dat er ziekteverschijnselen werden opgemerkt. De ziekte verloopt zeer snel. Het treft vaak de lammeren die het hardst groeien. Indien verschijnselen gezien worden, worden ze vaak verward met die van andere ziektes zoals pasteurella pneumonie, E. coli-diarree of polio-encefalomalacie. Aangetaste lammeren zijn suf, kunnen knarsetanden en kunnen spier- of stuiptrekkingen vertonen. Buikpijn komt veel voor.

  • Behandeling van getroffen dieren is vaak niet zinvol. Antitoxines kunnen oraal of per injectie worden toegediend en antibiotica zoals penicilline kunnen helpen, maar preventie is meestal het beste.

  • Preventie bestaat uit een zorgvuldig management van de voeding van de dieren, waarbij plotselinge veranderingen in het voer, graanrijke voeding en te weinig ruwvoer (hooi of gras) moet worden voorkomen. De overgang van ruwvoer naar een hooggeconcentreerd rantsoen moet geleidelijk en over een periode van twee tot drie weken gebeuren. Voeren met regelmatige intervallen, goed mengen van de rantsoenen en het bieden van voldoende voederruimte zal ook helpen bij het voorkomen van problemen.

    Voermanagement in combinatie met een uitgebreid vaccinatieprogramma is de meest effectieve preventie. De immuniteit voor enterotoxaemie houdt na vaccinatie enkele maanden aan, dus boostervaccinaties kunnen nodig zijn zeker wanneer een plotselinge rantsoenverandering gepland is.