Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

Mastitis

Uierontsteking

Mastitis is een infectieuze, traumatische of toxische ontstekingsreactie van het uierweefsel. Het is een veelvoorkomende aandoening bij melkvee, en is een van de belangrijkste aandoeningen in de melkveehouderij wereldwijd. Indien onbehandeld, kan mastitis het dierenwelzijn ernstig aantasten en kan leiden tot het opruimen van koeien, of zelfs de dood.

Alles uitvouwen
  • Mastitis kan ook worden ingedeeld op basis van verschijnselen:

    • Subklinische mastitis
      • De melk ziet er normaal uit en er is geen zichtbaar teken van uierontsteking.
      • De diagnose wordt gesteld met behulp van het vierkwartierenschaaltje (CMT) of door het celgetal te laten bepalen aangevuld met bacteriologisch onderzoek.
    • Klinische mastitis
      • De melk en/of de uier zien er niet normaal uit. Afhankelijk van het soort pathogeen, kunnen koorts en depressie een aanduiding zijn voor uierontsteking (roodheid, warmte, zwelling, pijn), die leidt tot chemische en fysieke reacties in de melk (van een paar vlokjes tot waterige melk met fibrineklonters).
    • Acute mastitis
      • De klinische verschijnselen (koorts, sloomheid, verlies van eetlust) zijn ernstig en de uier is gezwollen, pijnlijk, oedemateus of verhard.
      • De melk kan vlokken of klonters bevatten en kan waterig, sereus of etterig zijn.
    • Acute gangreneuze mastitis (gewoonlijk veroorzaakt door S. aureus)
      • Gebrek aan eetlust, dehydratie, sloomheid, koorts en verschijnselen van toxemie, die soms tot de dood kunnen leiden.
      • In de vroege stadia is de uier rood, gezwollen en warm; binnen enkele uren wordt de speen koud en de melk waterig en bloederig, gevolgd door necrose (blauw uier).
    • Chronische mastitis
      • Klinische verschijnselen van een acute infectie afgewisseld met lange periodes zonder ziekteverschijnselen.
      • De melk bevat met tussenpozen vlokjes, klonters of fibrinestrengen.
      • Een chronisch verhoogd celgetal.
  • Preventie betekent het beperken van blootstelling aan de infectiedruk. De verbetering van de uiergezondheid op een melkveebedrijf met behulp van het vijf punten schema werkt goed voor pathogenen die koegebonden zijn4. Het vijf punten schema omvat:

    • Onderhoud van de melkmachine
    • Dippen of sprayen na het melken
    • Vroegtijdige behandeling van klinische gevallen
    • Behandeling van droogstaande koeien
    • Opruimen van koeien met chronische mastitis

    Wanneer bacteriën die in de omgeving voorkomen een rol spelen, betekent dat binnen het bedrijf meer aandacht besteed moet worden aan leefomgeving van de koe, zoals de boxen en de looppaden. Er bestaat een verband tussen mastitis en voeding, vooral bij een gebrek aan vitamine E / seleen en een negatieve energiebalans. Een evenwichtig rantsoen kan een deel van de risicofactoren voor mastitis beperken. Melkroutine en hygiëne tijdens het melken en tussen melkbeurten zijn ook kritieke punten.

    Er bestaat ook een product om het tepelkanaal af te sluiten en dat zo een langdurige fysieke barrière vormt tegen het binnendringen van bacteriën en andere mastitisverwekkende kiemen in de uier tijdens de hele droogstand. Daarnaast is een antibioticabehandeling vóór het droogzetten nodig.

  • Wanneer de bacteriën de uier eenmaal zijn binnengedrongen en mastitis hebben veroorzaakt is het van belang om:

    • Op basis van het bedrijfsbehandelplan, opgesteld door de dierenarts in samenspraak met de veehouder, het aangetaste kwartier snel en effectief intramammair te behandelen met doelgerichte antibiotica, na ontsmetting van de speenpunt. Bij klinische mastitis is het zinvol om een pijnstiller (NSAID) toe te dienen. Op advies van de dierenarts kan gebruik worden gemaakt van systemische antibiotica (parentrale toediening). Gedurende de dag is het meerdere keren uitmelken effectief om bacteriën en afvalstoffen te verwijderen. Raadpleeg de bijsluiter om te zien wanneer begonnen kan worden met de eerste keer uitmelken.
    • Bij subklinische mastitis is een behandeling alleen zinvol na bacteriologisch onderzoek. Het bacteriologisch onderzoek geeft aan welke bacterie op dat moment aanwezig is en hoeveel kwartieren binnen de koe zijn aangetast. Dieren die voor de eerste of tweede keer een celgetalattentie hebben komen in principe in aanmerking voor behandeling. Hoe langer het dier al een verhoogd celgetal heeft, hoe kleiner de kans op genezing.
  • Onder de mastitisverwekkende pathogenen vallen bacteriën vooral Staphylococcus aureus, coagulase negatieve stafylokokken, Streptococcus uberis, Streptococcus dysgalactiae, Streptococcus agalactiae Escherichia coli, maar ook Mycoplasma, en andere pathogenen zoals schimmels en gisten. In loop van de tijd kan op nationaal niveau een verschuiving plaatsvinden in belangrijkheid van deze pathogenen1.

    De veroorzakende pathogenen kunnen in twee groepen worden onderverdeeld, afhankelijk van de bron:

    • Omgevingsgebonden, zoals E. coli en Strep. uberis waarbij de infectie uit de omgeving van de koe komt; overdracht vindt vooral plaats tussen de melkbeurten, als het tepelkanaal nog open staat.
    • Besmettelijk of koegebonden, zoals S. aureus, Strep. agalactiae en Mycoplasma waarbij het geïnfecteerde uierkwartier vaak de bron van infectie is; overdracht vindt plaats van koe op koe via besmette tepelvoeringen, de handen van melkers of bij een minder hygiënische voorbehandeling waarbij meerdere uiers worden voorbehandeld met dezelfde doek of hetzelfde stuk papier.

    Risico verhogende factoren zijn een hoge infectiedruk, een gebrek aan hygiëne, een slecht werkende melkmachine, een slechte melktechniek, en de aanwezigheid van speenwonden.

  • De diagnose bij klinische mastitis kan gesteld worden op grond van de zichtbare ziekteverschijnselen, zoals lokaal (vlokken in de melk, gezwollen, pijnlijke uier) als algemeen (koorts, sloomheid, verlies van eetlust). In veel gevallen wordt een (sterk) verminderde melkgift gezien.
    Een nauwkeurige diagnose welke pathogeen verantwoordelijk is, is gebaseerd op het bacteriologisch onderzoek op het melkmonster van het kwartier met klinische mastitis dat op een aseptische manier genomen is.
    Bij subklinische mastitis wordt de diagnose gesteld op basis van het verhoogde koecelgetal. Ook bij subklinische mastitis kan de oorzakelijke pathogeen worden achterhaald door een aseptisch melkmonster te nemen van alle vier kwartieren en deze bacteriologisch te laten onderzoeken. Tegelijkertijd is het van belang om ook het kwartiercelgetal te laten bepalen van deze kwartiermelkmonsters. De combinatie van een verhoogd kwartiercelgetal en het vinden van de mastitisverwekker geeft aan welk kwartier(en) de veroorzaker is van het verhoogde koecelgetal.

  • Volgens een aantal publicaties en afhankelijk van de ernst van de aandoening, kost subklinische mastitis de melkveehouder gemiddeld € 53 per aanwezige koe op een bedrijf met een tankmelkcelgetal lager dan 100.000 cellen/ml en € 182 op een bedrijf met een tankmelkcelgetal hoger dan 400.000 cellen/ml. Klinische mastitis kost afhankelijk van het tijdstip in lactatie tussen de € 164 en € 235.

      1. Opruimen
      1. Mastitis is een van de drie belangrijkste redenen om koeien op te ruimen
      2. De kosten van het onvrijwillig opruimen van een koe worden geschat op € 690
      2. Mastitisgerelateerde aandoeningen
      1. Koeien met persisterende mastitis en een verminderde eetlust hebben een grotere neiging om secundaire ketose of hypocalcemie te ontwikkelen
      2. Mastitis, ketose en hypocalcemie zijn allemaal factoren die een koe ontvankelijk maken tot lebmaagverplaatsing
      3. Vruchtbaarheid
      1. Koeien die binnen 45 dagen na inseminatie mastitis ontwikkelen, hebben een bijna drie keer grotere kans om te aborteren tijdens de vroege dracht
      2. Koeien die binnen 30 dagen na inseminatie mastitis ontwikkelen, hebben een drachtigheidspercentage van 38% vergeleken met 46% bij koeien zonder mastitis
      4. Melkgift
      1. Klinische mastitis treft vooral hoogproductieve dieren in de tweede of latere lactatie (hoogste productiepotentieel). Het geschatte verlies bij zulke dieren bedraagt 1200 kg melk voor de rest van de lactatie
      5. Meer werk
      1. De geschatte tijd besteed aan een koe met ernstige klinische mastitis bedraagt ongeveer 4 uur
      2. Veranderen van melkstellen
      3. Wassen van extra gereedschap
      4. Melk weggooien
      5. Koe behandelen
      6. Extra verzorging van de koe