Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

Leptospirose

Melkerskoorts

Deze zoönose kan voor een veehouder een ware nachtmerrie zijn. Het komt wereldwijd voor, maar het meest in warme streken. Dragers (natuurlijke of primaire gastheren) scheiden de bacteriën (leptospiren) uit met hun urine, en de uit het voortplantingsapparaat afkomstige vloeistoffen en de afscheidingen uit de baarmoeder. Zo verontreinigen ze de weide, het drinkwater en het voer. Geïnfecteerde runderen kunnen tot wel 542 dagen leptospiren via de urine uitscheiden. Buiten de gastheer kunnen de bacteriën maximaal zes maanden overleven, indien de omgeving warm en vochtig is. Een andere infectiebron is sperma. Een geïnfecteerde dekstier kan de bacteriën met zich meedragen en vrouwelijke dieren infecteren tijdens de dekking.

Alles uitvouwen
  • Van de bacterie Leptospira zijn zeven pathogene soorten, 19 serogroepen en meer dan 200 (sero)typen vastgesteld. Als er runderen aanwezig zijn, is er ook leptospirose. De vier serotypen die het meest met leptospirose bij het rund in verband worden gebracht zijn:

    • Leptospira borgpetersenii serotype hardjo (genotype: hardjo-bovis)
    • L. interrogans serotype hardjo (genotype: hardjo-prajitno)
    • L. interrogans serotype pomona
    • L. kirschneri serotype grippotyphosa

    Leptospiren komen het lichaam binnen via de slijmvliezen van neus, ogen, mond of voortplantingsapparaat, of via open plekken in de huid. De micro-organismen verspreiden zich onmiddellijk vanuit de plaats waar ze het lichaam binnenkomen naar de bloedbaan, en van daaruit naar alle weefsels.  Leptospiren die de aanvallen van het immuunsysteem van het lichaam overleven, vermeerderen zich exponentieel; na acht uur hebben ze zich in bloedbaan en weefsels verdubbeld. De bacteriepopulatie neemt exponentieel toe in de nieren, waarbij het maximum op 21 tot 28 dagen na het infectietijdstip wordt bereikt. Uiteindelijk verlaten de leptospiren het lichaam van de gastheer met de urine, waarna ze meer infecties veroorzaken – in het bijzonder als de urine waterbronnen verontreinigt die worden gebruikt door dieren die gevoelig zijn voor infectie.

    Leptospiren worden op runderen overgedragen via natuurlijke en via incidentele gastheren.  Natuurlijke gastheren zijn een voortdurende infectiebron. Gewoonlijk vertonen ze geen klinische symptomen.  Als stille dragers houden ze de bacteriepopulatie in stand en dragen ze de leptospiren over op andere dieren. De overdracht vindt efficiënt plaats: relatief vaak raken andere dieren geïnfecteerd.

  • Afhankelijk van de geografische ligging kunnen infecties zich beperken tot de maanden augustus en september.

    Alle Nederlandse melkveebedrijven nemen bij de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) deel aan één van de twee beschikbare certificeringsprogramma's. Daarmee blijft de ziekte goed onder controle en komt het zelden voor.

    De aandoening is meestal subklinisch, totdat verschijnselen met betrekking tot het voortplantingsapparaat op gaan treden.

    • Koorts
    • Malaise
    • Gebrek aan eetlust
    • Gelige kleur van het oogwit
    • Verminderde urineproductie
    • Geboorte van zwakke en doodgeboren kalveren
    • Slechte voortplantingscijfers: lager aantal drachten, verhoogde afvoer i.v.m. verminderde vruchtbaarheid, abortussen

    Plotselinge melkproductiedaling (melkvee) met plotselinge koorts, mastitisachtige veranderingen in de melk, zwelling van de uier, totaal gebrek aan eetlust, onbeweeglijkheid en geheel of gedeeltelijk stoppen van de melkproductie.

  • De diagnose kan worden gesteld op basis van de klinische symptomen en de manier waarop de aandoening zich heeft ontwikkeld. Voor een definitieve diagnose is het echter noodzakelijk dat leptospiren rechtstreeks in geïnfecteerd weefsel of geïnfecteerde vloeistof worden aangetoond, in combinatie met het indirect aantonen van antistoffen in bloed of van antigeen in urine.

    Ondanks het feit dat de infectie langdurig kan bestaan, blijven concentraties antistoffen in geïnfecteerde dieren niet lang hoog. Vanouds zijn voor de diagnose titers vastgesteld met behulp van de Microscopische Agglutinatie Test (MAT), maar uit de literatuur blijkt dat het erg moeilijk is om deze titers te interpreteren. De meeste deskundigen zijn het erover eens dat urineonderzoek of onderzoek van een nierbiopt via een van de volgende technieken een meer accurate manier van diagnosticeren is:

    • kweek
    • ELISA
    • immunofluorescentie-onderzoek (IF)
    • PCR

    Een dierenarts moet de diagnose leptospirose stellen, waarbij het hele koppel in het onderzoek moet worden betrokken. Er moeten monsters worden afgenomen van minimaal 15 dieren, waarbij de nadruk moet liggen op die dieren waarbij meerdere dekkingen of inseminaties nodig zijn geweest om ze drachtig te krijgen, op dieren met abnormale tochtigheidsintervallen en koeien die niet drachtig zijn en in hun tweede lactatie zijn.

  • Voor acute leptospirose wordt een passende antibacteriële behandeling aanbevolen. Behandeling heeft echter maar een beperkt effect op het verloop van de aandoening, indien zich eenmaal een acute nierinsufficiëntie heeft ontwikkeld. Het beheer van geïnfecteerde koppels vraagt speciale aandacht..

  • Veehouders kunnen hun rundvee tegen leptospirose beschermen door middel van goed management en gesloten bedrijfsvoering. De GD heeft twee certificeringsprogramma's. Voor melkveebedrijven kent de GD de programma's ‘leptospirose-vrij’ en ‘leptospirose verdacht/behandeld'. Voor andere rundveebedrijven is alleen het programma ‘leptospirose-vrij’ beschikbaar.

    Om te kunnen groeien heeft Leptospira zuurstof nodig en gematigde temperaturen. Het is geen robuuste bacterie: ze zijn gemakkelijk te doden door verwarming, droging of ontsmettingsmiddelen. In stromend of stilstaand zoet water kan de bacterie echter lang overleven.

  • De economische impact komt als volgt tot uiting:

    • Lagere aantallen afgekalfde dieren ten gevolge van abortussen en hoge kalversterfte
    • Aanzienlijke daling van de melkproductie (melkvee)
    • Meer werk
    • Eventueel bijkomende kosten indien personeel geïnfecteerd raakt (zoönose)

    Vast staat dat leptospirose voor rundveehouders een belangrijk vraagstuk is op het gebied van gezondheid en veiligheid tijdens het werk.  Bij de mens variëren de verschijnselen van extreme vermoeidheid en hoofdpijn tot spierpijn en braken. Meestal gaan geïnfecteerde mensen na 3 tot 4 weken weer werken. Heropleving van de klachten is echter mogelijk.