Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

Bovine virusdiarree (BVD)

Bovine virusdiarree

Bovine virusdiarree (BVD) is een pestivirus-infectie bij rundvee. Het leidt tot een reeks verschijnselen, variërend van subklinisch tot acute gevallen met abortus, onvruchtbaarheid, immuunsuppressie en, in het ergste geval, een fatale darminfectie.

Alles uitvouwen
  • De symptomen kunnen algemeen zijn (koorts, geen of gebrek aan eetlust, suf) en kunnen de immuun-, ademhalings-, voortplantings- en spijsverteringsstelsels aantasten.

    • Zweren in de mond en het maagdarmkanaal en bloederige diarree. Diarree komt voor, maar is zeldzaam.
    • Verminderde vruchtbaarheidsresultaten.
    • Immuunsuppressie, die aan de grondslag ligt van aandoeningen van de luchtwegen en darmen bij het kalf.
    • BVDV kan ook via de placenta de foetus besmetten, wat leidt tot embryonale sterfte, abortus en doodgeboren kalveren. Deze transplacentaire infectie kan ook leiden tot de geboorte van persistent geïnfecteerde (PI) kalveren die later een darmziekte (mucosal disease) kunnen ontwikkelen.
  • De belangrijkste elementen van BVD-bestrijdingsprogramma’s zijn vaccineren, bloedonderzoek en eradicatieprogramma’s. Het hoofddoel van het enten van fokdieren met een BVD-vaccin is om de geboorte van persistent geïnfecteerde kalveren te voorkomen.

    • BVD maakt ook deel uit van respiratoire vaccins voor jongvee, omdat BVD ook kan bijdragen tot het BRD-complex.
  • Een symptomatische behandeling is vaak teleurstellend.

  • Het BVD-virus (BVDV) is een pestivirus van de familie Flaviviridae, dat verwant is aan de verwekkers van klassieke varkenspest en border disease (schapen).Het virus heeft talrijke stammen, die grofweg in twee groepen kunnen worden ingedeeld, type 1 en type 2. Beide kunnen een acute ziekte met een variabele ernst veroorzaken.

    • Pestivirussen kunnen een persistent geïnfecteerde vrucht tijdens de dracht veroorzaken, die vaak niet opgemerkt wordt. Dit zijn de zogenaamd Persistent Infected (PI) kalveren ofwel BVD dragerkalveren.
    • Voorts onderscheidt men cytopathogene (cp) en niet-cytopathogene (ncp) biotypes op grond van het effect van het virus op de weefselcultuur. Stammen kunnen muteren van ncp naar cp biotypes. Het BVDV vertoont een hoge mate van genetische variabiliteit en een recombinatie tussen stammen kan optreden.
  • De diagnose kan gesteld worden op grond van ziekteverschijnselen en epidemiologie, maar een klinische verdenking moet bevestigd worden door laboratoriumonderzoek (bloed- en/of sectieonderzoek).

  • BVD komt wijdverspreid voor en veroorzaakt een economisch verlies die vaak onderschat wordt, doordat sommige symptomen niet duidelijk aan een BVD-infectie kunnen worden toegeschreven.

    • BVD dragers zijn alleen al een bron van verlies. Gewoonlijk bereiken de dragers niet hun volle genetisch potentieel en vertonen ze een verminderde gewichtstoename, een toegenomen vatbaarheid voor ziekte en een verminderde vruchtbaarheid. Ze scheiden het virus permanent uit en verminderen zo de vruchtbaarheid en immuniteit van de ongeïmmuniseerde dieren in de koppel. Bovendien zullen BVD dragerdieren ook altijd zelf een BVD dragerkalf ter wereld brengen.
    • BVD-infecties veroorzaken ook een verminderde vruchtbaarheid door een toegenomen risico op embryonale en foetale sterfte, wat leidt tot lagere conceptie- en drachtigheidspercentages en verminderde vruchtbaarheidsresultaten