Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland
lintwormen bij paarden

Lintworminfecties

Levenscyclus, beheersing en bestrijding

De symptomen van een lintworminfectie zijn vaak subklinisch (het paard ziet er aan de buitenkant gezond uit) maar lintwormen spelen een bewezen rol bij het veroorzaken van spastische koliek, en in ernstiger gevallen, koliek waarbij een operatie noodzakelijk is.

Lintwormen worden aangetroffen bij de overgang van dunne darm naar blinde darm. Ze worden op het paard overgedragen door een tussengastheer: de mosmijt.

Er zijn drie hoofdsoorten lintwormen waarmee paarden besmet kunnen raken: Anoplocephala perfoliata, Anoplocephala magna en Anoplocephaloides mamillana. A. perfoliata komt veruit het vaakst voor.

Over de levenscyclus van de lintworm is relatief weinig bekend. Wat betreft de stadia: de lintworm legt zijn eitjes niet constant en continue. Dat betekend dat er niet iedere dag eieren in de mest te vinden zijn. De eieren worden in pakketjes verpakt, de segmenten. Deze laten los van de volwassen lintworm in de darmen en worden uitgescheiden in de mest. Ze worden opgenomen door mosmijten, die als tussengastheer dienen. De mosmijt wordt vervolgens opgegeten door het paard tijdens het grazen, waarna de levenscyclus van de lintworm zich herhaalt.

Alles uitvouwen
    • Gewichtsverlies, slechte conditie
    • Koliek door verstopping van de dunne darm
    • Spastische koliek

     

  • In het wild is de relatie tussen paarden en parasieten in balans – het graasgedrag van de paarden en de levenscycli van de wormen hebben zich in de loop van de tijd op elkaar afgestemd. Door domesticatie en moderne methodes voor het houden van paarden is dit systeem onder druk komen te staan; aan de paardeneigenaren de taak om de balans te herstellen en vast te houden, met het oog op het welzijn van hun paarden. Dit wordt bemoeilijkt bij paarden door hun gebrek aan een consistente en effectieve immuunrespons tegen endoparasieten.

    Strategische bestrijding van parasieten, waaronder het controleren van de mate van de wormbelasting en het beheersen van de mate van blootstelling dat het paard ondervindt, speelt een belangrijke rol. Het seizoensgebonden aspect van lintworminfecties is vooral geassocieerd met langdurige graasperiodes.

    Het in de gaten houden van de mate van infectie is belangrijk, omdat de tolerantie voor lintwormen per paard lijkt te verschillen en de behandeling dus ook – jonge paarden (onder de 5 jaar) zijn bijvoorbeeld gevoeliger voor ernstiger besmettingen.

    De behandeling bestaat uit een dubbele dosis van een wormmiddel op basis van pyrantel of een enkele dosis van een wormmiddel met praziquantel als werkzaam bestanddeel.

     

    Lees meer over ontwormen van paarden

  • Alle paarden hebben wormen en soms is de besmetting niet zo ernstig dat het paard erdoor verzwakt wordt. Klinische symptomen en de voorgeschiedenis van het paard spelen een rol bij de diagnose en behandeling van de verschillende soorten wormen. Een besmetting met lintwormen wordt echter meestal behandeld als onderdeel van een algemeen ontwormingsschema, met een of tweemaal per jaar strategische behandelingen.

    Een meer strategische aanpak bestaat uit het in de gaten houden van de wormbelasting van het paard. Dit wordt meestal niet gemeten aan de hand van de wormeitelling, omdat de eitjes van lintwormen niet constant uitgescheiden worden en dus gemist kunnen worden bij een enkele wormeitelling. Een gecombineerd mestmonster (mest van meerdere opeenvolgende dagen) geeft een meer betrouwbare weergave in geval van een mestonderzoek. Ook kan er een bloedmonster genomen worden, dat onderzocht wordt op de aanwezigheid van antistoffen tegen de lintworm. Een verhoogde antistoffentiter wijst op een recente infectie, maar niet noodzakelijkerwijs op de aanwezigheid van wormen.

  • Meer informatie over ontwormen:

    www.ontwormenvanpaarden.nl

    Deze website is bedoeld om u inzicht te geven in de verschillende factoren die van belang zijn bij het opstellen van een goed ontwormingsschema. Zo worden er tips gegeven over weidemanagement, mestonderzoek en het toedienen van de juiste dosering.

     

    Technische documenten:

    1) Proudman CJ, French NP, Trees AJ. Tapeworm infection is a significant risk factor for spasmodic colic and ileal impaction colic in the horse. Equine Vet J 1998;30:194-9.

    2) Diagnosis, Treatment, and Prevention of Tapeworm-associated Colic, C. J. Proudman, PhD, VetMB, PhD; Journal Equine Vet.Sci. 2003

  • Hoe vaak moet ik tegen lintworm behandelen?

    Zoals hierboven uitgelegd, lopen paarden tijdens de graasperiodes het grootste risico op infectie. Behandeling aan het einde en zo mogelijk ook aan het begin van het graasseizoen lijkt zinvol. Dit komt over het algemeen overeen met het voorjaar en de herfst. Een meer geraffineerde manier van wormbestrijding, waarbij op lintwormen getest wordt, is steeds populairder, en het wordt dan ook aangeraden om een uitgebreider ontwormingsplan op te stellen voor uw paard.

    Bestrijden alle wormmiddelen ook lintworm?

    Nee, wormmiddelen op basis van pyrantel die in een dosering van tweemaal de standaard dosis worden gebruikt, pakken alleen de meest voorkomende soort aan (A. perfoliata). Wormmiddelen op basis van praziquantel in een enkele dosis zijn effectief tegen alle drie soorten lintwormen.