Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

Ectoparasieten bij bijzondere gezelschapsdieren (kleine zoogdieren, reptielen, vogels)

Konijnen, cavia’s, hamsters, kleine knaagdieren (ratten, muizen en woestijnratten), fretten en andere kleine zoogdieren, slangen, leguanen en andere reptielen, vogels

Bijzondere gezelschapsdieren zijn vatbaar voor infectie door allerlei parasieten op hun huid en in hun oren (ectoparasieten). Veel voorkomende ectoparasieten zijn vlooien, luizen en mijten. Ze veroorzaken ernstigejeuk en vaak ook verlies van conditie

Alles uitvouwen
  • Bijzondere huisdieren zoals konijnen en cavia’s zijn vatbaar voor besmetting met allerlei huidparasieten, ook wel ectoparasieten of externe parasieten genoemd. Deze parasieten voeden zich op de huid van hun gastheer en veroorzaken daarbij intense irritatie. Cavia’s met schurftmijtinfecties kunnen door de jeuk zelfs toevallen krijgen. Bloedzuigende parasieten kunnen bovendien een verlies aan voedingsstoffen en bloedcellen veroorzaken, waardoor het dier ernstig verzwakt. Het is mede van groot belang om op de hoogte te zijn van deze huidziektes, omdat sommige parasieten overgedragen kunnen worden op mensen, bijvoorbeeld tijdens het aaien.

    Veel voorkomende besmettingen zijn onder andere:
     

     

    Vlooien

    Mijten

    Luizen

    Konijnen

    Spilopyllus cuniculi

    Psoroptes cuniculi, Cheyletiella spp.

    Leporacarus gibbus

    Cavia’s

     

    Chirodiscoides caviae, Trixacarus cavia

    Trimenopon, Gliricola spp.

    Hamsters/woestijnratten

     

    Ornithonyssus bacoti, Demodex, Notoedres, Myocoptes, Myobia spp.

     

    Ratten/muizen

     

    Radfordia ensifera, Ornithonyssus bacoti, Myocoptes, Myobia spp.

    Polyplax spp.

    Fretten

    Ctenocephalides felis

    Otodectes cynotis

     

    Slangen, leguanen

     

    Ophionyssus natricis

     

    Grasparkieten

     

    Knemidocoptes pilae, vedermijt

    Neopsittacornimus gracilis


    De meeste ectoparasieten verblijven hun hele leven op hetzelfde dier. Vlooien zijn mobiele, bijtende insecten die zich in de vacht van het dier bewegen.
    Andere kleine parasieten die zich op het huidoppervlak bevinden zijn de zespotige bijtende en zuigende luizen (insecten), en de achtpotige mijten (spinachtigen), die veel minder mobiel zijn. Andere tijdelijke parasieten, zoals vliegen en muggen, vliegen van dier naar dier.

  • De verschijnselen kunnen verschillen afhankelijk van betrokken diersoort en parasiet(en). De verschijnselen zijn onder andere:

    • • Huidirritatie. Bij cavia’s is dit vaak zo ernstig, dat voorzichtig aanraken van het dier al een zenuwaanval kan veroorzaken.
    • Haaruitval en slechte vachtkwaliteit.
    • Krabben, jeuken en wrijven (als de kooi in de slaapkamer staat, kunt u ’s nachts last hebben van het lawaai).
    • Veel roos of korsten.
    • Secundaire bacteriële infecties.
    • Slangen kunnen hun lichaam met kracht tegen een stuk boomschors of andere voorwerpen in hun vivarium gooien. Dit kan verkeerd geïnterpreteerd worden als agressie.

    Als u veranderingen van de huid ziet of als het dier telkens aan zijn vacht zit, is het aan te raden om meteen een dierenarts te raadplegen.

    Bepaalde huidziekten, zoals schurft bij cavia’s, kunnen op mensen overgedragen worden en ernstige huidirritatie veroorzaken. Dit zijn zogenaamde zoönosen.

  • De meeste van deze externe parasieten zijn voor het geoefende oog zichtbaar op de huid onder de vacht, maar op haarloze gebieden, zoals op de poten van vogels en de huid van slangen, zitten ze verstopt onder de schubben. Mijten zijn met het blote oog niet altijd waarneembaar, zeker niet als ze zich ingraven in de huid.

    Sommige ectoparasieten zijn relatief eenvoudig te identificeren door het specifieke lichaamsdeel waar ze zich bevinden en de diersoort waarop ze zitten.

    In veel gevallen zal de dierenarts echter een diagnostische test uitvoeren om vast te stellen om welke parasiet het gaat, zoals bijvoorbeeld:

    • Een huidafkrabsel nemen, met inbegrip van de diepere huidlagen, en dit onder een microscoop onderzoeken.
    • Een strook plakband tegen het aangetaste gebied drukken. Dit is een goede manier om haar en oppervlakkig huidmateriaal te verzamelen dat mijten en luizen bevat.

    Met vochtige vingers door de vacht van het dier gaan om uitwerpselen van vlooien en andere resten te vinden. 

  • Er zijn tegenwoordig geregistreerde diergeneesmiddelen beschikbaar voor sommige diersoorten zoals konijnen en fretten ter bestrijding van bepaalde ectoparasieten . Sommige antiparasitaire middelen voor katten en honden hebben ook een bewezen werkzaamheid bij andere diersoorten, maar mogen daarbij alleen op voorschrift en onder de verantwoordelijkheid van een dierenarts worden gebruikt. De gekozen behandeling kan daarom ‘off-label’ zijn, wat betekent dat een geneesmiddel wordt gebruikt dat geregistreerd is voor gebruik bij een andere diersoort zoals katten of honden.

    Niet alle middelen die veilig zijn voor honden en katten zijn dat ook voor andere diersoorten; sommige zijn zelfs giftig. Uw dierenarts is de aangewezen persoon om middelen voor te schrijven die bijzondere gezelschapsdieren veilig van hun ectoparasieten kunnen afhelpen.

    Het is belangrijk dat in een huishouden alle dieren van vatbare diersoorten tegelijkertijd behandeld worden. Hoewel de meeste ectoparasieten gastheerspecifiek zijn, is het belangrijk om alle huisdieren die u heeft bij uw dierenarts te vermelden.

    Als iemand in het gezin een huidaandoening heeft (bijv. jeuk of wondjes) moet hij of zij de huisarts bezoeken en informeren over mogelijk contact met dieren in huis. Indien nodig moet de dierenarts deze dieren onderzoeken op de aanwezigheid van mogelijke zoönotische infecties

  • Een goede voeding en een geschikte huisvesting zijn belangrijk. Vermijd overbezetting, gebruik geschikt strooisel en let op de temperatuur en vochtigheid bij slangen, hagedissen, enz.

    Controleer de huid en vacht ten minste eenmaal per dag, vooral kort na aankoop of introductie van een nieuw dier. Dit dier kan in eerste instantie vrij lijken te zijn van ziekteverschijnselen, maar toch besmet zijn.

    De konijnenvlo kan een ernstige ziekte op uw huiskonijn overbrengen, namelijk myxomatose. Houd konijnenhokken uit de buurt van wilde dieren.