Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

Feline Leukemie

Het feline leukemievirus is wijdverbreid onder katten over de hele wereld en veroorzaakt bij persistent (blijvend) geïnfecteerde katten een ernstige aantasting van het afweersysteem. Progressief conditieverlies, secundaire infecties en  kanker zijn de bekendste uitingen  van deze virusziekte. De ziekte is ongeneeslijk en leidt tot de dood van het dier. Vaccinatie voorkomt persistente infecties en ziekte.

Alles uitvouwen
  • Het feline leukemievirus (FeLV) is een virus dat wereldwijd voorkomt. Iedere kat kan besmet raken met het virus, maar de kans op infectie is sterk afhankelijk van de leeftijd, levensstijl, algemene gezondheid en leefomgeving van de kat. Andere huisdieren of mensen kunnen niet geïnfecteerd raken met het virus.

    FeLV kan overgedragen worden door katten door wederzijds likken (ook tussen moeder en kitten) of via een bijtwond. Het virus zit in lichaamsvloeistoffen, vooral in speeksel maar ook in urine en uitwerpselen. Buiten de kat kan het virus niet overleven, dus nauw contact is meestal een voorwaarde voor besmetting.
    Het virus kan ook van moeder op kitten overgedragen worden voor de geboorte, of na de geboorte via de moedermelk.

    Eenmaal geïnfecteerd vermeerdert het virus zich in de bloedbaan van de kat. Tijdens dit beginstadium kan de kat de infectie overwinnen en het virus voorgoed kwijtraken zonder ooit verschijnselen te vertonen. Dit gebeurt in ca. 40% van de gevallen. Bij de meeste katten kan het afweersysteem het virus echter niet aan. Deze katten zijn voor de rest van hun leven geïnfecteerd. Ze zullen uiteindelijk ziek worden en binnen enkele maanden of jaren na de oorspronkelijke infectie sterven.

  • Een persistente FeLV-infectie kan een hele reeks chronische symptomen veroorzaken. De meest voorkomende staan hieronder beschreven.

    • Koorts en lusteloosheid.
    • Verlies van eetlust.
    • Voortschrijdend gewichtsverlies.
    • Slechte vachtkwaliteit.
    • Vergrote lymfeklieren.
    • Vertraagd herstel van “gewone” ziektes.
    • Bloedarmoede wordt gezien bij ongeveer 25% van de katten en heeft bleke slijmvliezen tot gevolg.
    • Infecties van de huid of de voorste luchtwegen.
    • Maagdarmstoornissen

    In ongeveer 15% van de gevallen ontwikkelt de kat kanker. Dat kan een van de volgende soorten zijn:

    • Beenmergkanker (leukemie).
    • Kanker (lymfosarcoom) in een of meer van de volgende organen:

    o        lymfeklieren.
    o        zwezerik.
    o        nieren.
    o        darmen.
    o        lever.
    o        neus of ogen.

  • Klinische diagnose

    • De verschijnselen zijn niet specifiek genoeg om met zekerheid een diagnose te kunnen stellen, vooral in de eerste maanden.
    • Elke kat die langzaamaan steeds verder achteruit gaat en weinig weerstand lijkt te hebben zal bij de dierenarts de verdenking op FeLV doen rijzen.

    Diagnostische tests

    De aanwezigheid van het virus in de bloedbaan kan met laboratoriumtests worden aangetoond:

    • Een ELISA-test wordt meestal door de dierenarts zelf in de praktijk uitgevoerd.
    • Verder bloedonderzoek kan nodig zijn om de diagnose te bevestigen en het klinische beeld te completeren.
    • Deze tests kunnen bij bepaalde tumoren negatief zijn, omdat het virus niet meer in het bloed aanwezig is. In die gevallen is een biopsie nodig van tumor of verdacht orgaan.
  • Er bestaat geen geneesmiddel dat het feline leukemievirus kan doden of de ziektes die het veroorzaakt kan genezen, en de behandeling is dus alleen op algemene ondersteuning en symptoombestrijding gericht. Hiermee kan echter wel nog maanden tot jaren een acceptabele levenskwaliteit worden behouden.

    Algemene ondersteuning

    • Lange antibioticakuren zijn vaak nodig om opportunistische infecties te bestrijden.
    • Een goede mondhygiëne is van essentieel belang, gecombineerd met een voeding die de opbouw van tandplak tegengaat.
    • Vermijden van alle stress zoals kattenpensions of verandering van de dagelijkse routine.
    • Vermijden van mogelijke risicofactoren voor het oplopen van andere infectieziektes, zoals contact met ongevaccineerde katten, buiten rondzwerven.
    • Vroege herkenning en behandeling van zelfs de kleinste gezondheidsproblemen.

    Tumoren

    • Chemotherapie kan resultaten boeken bij het behandelen van bepaalde FeLV-gerelateerde tumoren, maar het succes is meestal van korte duur.

    Met katten die waarschijnlijk of met zekerheid besmet zijn met het feline leukemievirus mag niet gefokt worden. Deze katten vormen een risico hun mogelijke nakomelingen en voor andere katten waar ze mee in contact komen omdat ze het virus kunnen uitscheiden. Dit kan een probleem zijn als de kat met andere, ongeïnfecteerde katten samenleeft of naar buiten kan.

  •  Vaccinatie kan persistente (aanhoudende) infecties en dus ziekte voorkomen. Vaccinatie tegen het feline leukemievirus kan onderdeel zijn van het algemene vaccinatieprogramma of worden aangeboden als aanvulling daarop. Bespreek uw situatie daarom zorgvuldig met uw dierenarts.

    Uw dierenarts zal u adviseren over het meest geschikte vaccinatieschema voor uw kitten of kat.

    Vaccinatie helpt niet meer als een kat al geïnfecteerd is. Het is daarom belangrijk om zeker te weten of uw kat al of niet geïnfecteerd is met het leukemievirus voordat met vaccinatie wordt begonnen. Kies een kitten waarvan de moeder virusvrij is bevonden. In geval van onzekerheid, of als u een volwassen kat adopteert, kan uw dierenarts een bloedtest uitvoeren.