Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

Chlamydiose bij de kat

Chlamydiose bij katten is een infectie van de ogen die veroorzaakt wordt door de bacterie Chlamydophila felis (vroeger genaamd Chlamydia felis). Het is een ziekte die bij katten over de hele wereld voorkomt. Mensen kunnen besmet raken met diverse soorten chlamydia, maar Chlamydophila felis is zo specifiek voor de kat dat besmetting van de mens na contact met een geïnfecteerde kat slechts zeer zelden is waargenomen. 

De Chlamydophila-bacterie wordt gemakkelijk overgebracht van kat op kat. Katten van alle leeftijden kunnen besmet raken, maar de ziekte komt vooral voor bij jonge kittens (tussen 5 weken en 3 maanden oud) en bij katten die in groepsverband leven zoals bij kattenfokkers en in asiels. Op dergelijke plekken kan de ziekte een hardnekkig probleem vormen, vooral wanneer daar nog eens de stress bijkomt van een regelmatige aanvoer van nieuwkomers in de groep.

Kenmerkend voor besmetting met deze bacterie is een meestal lichte conjunctivitis (ontsteking van het slijmvlies van de ogen en oogleden). De voorste luchtwegen kunnen ook aangetast worden, wat niezen en afscheiding uit de neus tot gevolg heeft. Incidenteel zijn ook de longen erbij betrokken. Gemiddeld 30% van de gevallen van conjunctivitis bij katten wordt veroorzaakt door Chlamydophila felis.

Chlamydiose alleen verloopt zelden of nooit fataal. Het is de hardnekkige aard van deze ziekte die het met name in huishoudens met meerdere katten zo’n probleem maakt. De bacterie kan in de omgeving eenvoudig gedood worden met desinfecterende middelen en overleeft niet lang buiten de kat. Infectie treedt op door direct contact met een geïnfecteerde kat. 

Alles uitvouwen
  • Het klassieke symptoom is aanhoudende conjunctivitis. Dit is een ontsteking van de roze bekleding aan de binnenzijde van de oogleden en de transparante bekleding van het witte deel van de oogbal. De ogen kunnen felrood worden en de afscheiding kan variëren van waterig tot dik en etterig. Anders dan bij virusinfecties in het kader van niesziekte begint de ziekte vaak in één oog en breidt het zich vervolgens uit naar het andere oog.

    Weken tot maanden later kan de kat nog steeds een donkere, kleverige afscheiding rond de ogen hebben, vooral bij de traanbuisjes. Deze afscheiding moet regelmatig verwijderd worden. Het kan vervelende problemen veroorzaken voor katten met platte neuzen en lang haar.

    Andere verschijnselen die vooral aan het begin van de ziekte voorkomen, zijn:

    • Niezen en afscheiding uit de neus.
    • Koorts en verlies van eetlust.

    De verschijnselen zijn altijd erger indien de kat tegelijkertijd een infectie met een van de niesziektevirussen heeft. 

  • Klinische diagnose

    • De verschijnselen van chlamydiose kunnen niet met zekerheid onderscheiden worden van die van andere oorzaken van conjunctivitis.
    • Uw dierenarts zal chlamydiose vermoeden als conjunctivitis het belangrijkste verschijnsel is, vooral in een huishouden met meerdere katten, bij kattenfokkers en in asiels.

    Diagnostische tests

    • Een ooguitstrijkje kan naar een extern laboratorium opgestuurd worden voor bacterieel onderzoek maar de bacterie is niet altijd eenvoudig te kweken. 
  • Goede verpleging en verzorging waarbij afscheiding verwijderd wordt en de kat gestimuleerd wordt om te drinken en te eten, zal het herstel bespoedigen. Er zijn goede, antibiotica bevattende oogzalven beschikbaar die de dierenarts kan inzetten om de infectie te bestrijden. Indien zich ook luchtwegproblemen voordoen kan de behandeling worden uitgebreid met een antibioticakuurtje in tabletvorm.

  • Preventie van de ziekte gebeurt door vaccinatie. Het vaccin zal infectie niet altijd voorkomen, maar kan de ernst van de ziekte wel aanzienlijk verminderen.
    Vaccinatie wordt vooral ingezet in huishoudens met meerdere katten waar al een probleem met chlamydiose is. Bespreek uw situatie daarom zorgvuldig met uw dierenarts.

    Uw dierenarts zal u advies geven over het meest geschikte vaccinatieschema.