Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

Virale Hepatitis Bij De Hond, Hepatitis Contagiosa Canis (hcc), Besmettelijke Leverziekte

Virale hepatitis bij honden is niet gerelateerd aan hepatitis bij de mens.
De ziekte komt tegenwoordig veel minder vaak voor dankzij effectieve vaccins. Deze zeer besmettelijke en soms dodelijke ziekte wordt echter nog steeds aangetroffen, vooral bij ongevaccineerde puppies.

Alles uitvouwen
  • Virale hepatitis bij de hond (vroeger ook wel ‘ziekte van Rubarth’ genoemd) wordt veroorzaak door een virus: het canine adenovirus type 1. In Europa komt het vooral voor bij honden en vossen.

    De belangrijkste infectieweg is opname van urine, uitwerpselen of speeksel van geïnfecteerde honden. Herstelde honden kunnen het virus nog tot 6 maanden in hun urine uitscheiden.

    Het virus is resistent tegen veel desinfecterende middelen en kan in de omgeving weken tot maanden overleven.

    Zeer jonge puppy’s zullen er binnen een aantal uren aan overlijden, en in kennels verspreidt het virus zich heel snel. Net als bij hondenziekte is de introductie van een besmette puppy, wellicht afkomstig van een ”broodfokker” zonder vergunning, een vaak voorkomende oorzaak van een uitbraak. De ziekte komt daarnaast incidenteel voor in asiels.

    De infectie richt zich eerst op lymfeklieren aan en in de kop, waarna verdere verspreiding plaatsvindt, in het bijzonder naar de lever. De afloop is vaak dodelijk, zelfs met behandeling.

  • De symptomen kunnen uiteenlopen van vrij licht tot plotseling en snel overlijden.

    Peracute vorm (bij jonge puppy’s)

    Puppy’s jonger dan 3 weken kunnen plotseling last van buikpijn krijgen en binnen een paar uur overlijden. De meeste puppies met een betrouwbare afkomst hebben op die leeftijd echter al een tijdelijke bescherming meegekregen via hun moeder. Tegenwoordig is deze vorm daarom zeldzaam.

    Acute vorm (klassiek ziektebeeld)

    Dieren die naar de dierenarts worden gebracht in een vroeg stadium van deze vorm, vertonen in eerste instantie alleen een duidelijke lusteloosheid en gebrek aan eetlust. Bij onderzoek blijken ze een hoge koorts en een ontsteking van de amandelen (tonsillitis) te hebben, in combinatie met felrode slijmvliezen en vergrote lymfeklieren onder de kaak. Acute tonsillitis komt niet veel voor bij honden en zal de verdenking op HCC oproepen..

    De hond gaat vervolgens braken en/of diarree vertonen, en verliest zijn eetlust volledig. Sommige honden krijgen last van overgevoeligheid voor fel licht door ontstekingen in het oog

    De lever is bij palpatie pijnlijk en voelt vergroot aan. Geelzucht en bloedend tandvlees ontstaan wanneer er leverfalen optreedt. Op dit punt worden de slijmvliezen bleek of geel. De hond heeft een ingetrokken buik door de pijn, en in 20% van de gevallen zal de hond sterven. De honden die deze acute vorm overleven zullen volledig herstellen, hoewel het weken kan duren voordat ze weer helemaal de oude zijn.

    Lichte vorm

    Sommige honden ontwikkelen alleen een lichte koorts en soms diarree. Ze zullen wel vergrote lymfeklieren hebben.

    Andere varianten

    Het klinische beeld is veel minder gevarieerd dan bij hondenziekte. Heel soms komen echter stuiptrekkingen voor, waardoor virale hepatitis bij de diagnose aangezien kan worden voor hondenziekte.

    Een melkglasoog komt veel voor bij honden met virale hepatitis, afhankelijk van de virusstam. Het treedt ongeveer 10 dagen na de eerste verschijnselen op, tijdens de herstelfase. Het wordt veroorzaakt door oedeem van het hoornvlies, wat het oog een melkachtig voorkomen geeft. Dit zal vanzelf weer verdwijnen. Het kan zijn dat dit – na lichte infecties – het enige verschijnsel is dat de eigenaar opmerkt. Dit melkglasoog kann ook optreden als gevolg van vaccinatie met een ouderwets vaccin.

  • Klinische diagnose

    • Op basis van de ziekteverschijnselen (acute vormen) en de ziektegeschiedenis van uw hond zal uw dierenarts een diagnose kunnen stellen.
    • Bij de lichte vorm kan dit moeilijk zijn, omdat de verschijnselen nogal vaag zijn.

    Diagnostische tests

    • Omdat klassieke gevallen van virale hepatitis klinisch redelijk eenvoudig te diagnosticeren zijn, is een laboratoriumonderzoek ter bevestiging van de diagnose zelden nodig.
    • Het CAV-1 virus kan in een commercieel laboratorium aangetoond worden met behulp van DNA-tests of andere methodes, na het uitvoeren van een biopsie op de lever of een vergrote lymfeklier.
    • Tijdens post-mortem microscopisch onderzoek zal de lever karakteristieke veranderingen laten zien.
  • Het CAV-1 virus kan niet direct behandeld worden en de behandeling is dus gericht op het beperken van de schade voor de hond.

    De behandeling is daarom als volgt:

    • Een behandeling met antibiotica ter bestrijding van secundaire bacteriële infecties.
    • Medicatie ter behandeling van verschijnselen zoals diarree, braken, leverfalen en bloedstollingsproblemen.
    • Goede verzorging van de hond en het gebruik van speciale dieetvoeding om de leverfunctie te ondersteunen.
    • Vermijden van alle inspanning. Honden kunnen een ernstige terugval krijgen als ze, nadat ze schijnbaar hersteld zijn, voor het eerst weer langdurig worden uitgelaten.
    • Ontstekingsremmers.
    • Er moet rekening worden gehouden met het feit dat de lever medicatie langzaam zal afbreken. Lagere doses of langere intervallen tussen de doses kunnen daarom nodig zijn.

    Geïnfecteerde honden en honden die daarmee in contact zijn geweest moeten gescheiden worden gehouden van andere vatbare honden. Daarnaast moeten hygiënische voorzorgsmaatregelen (aparte kleding/gericht gebruik van desinfecterende middelen) worden genomen.

  • Preventie gebeurt door vaccinatie. De component tegen virale hepatitis zit bijna altijd in de primaire vaccinatie die puppies krijgen, alsmede in de boostervaccinaties die een hond in de loop van het leven krijgt.

    In moderne vaccins wordt de CAV-2 virusstam in plaats van de CAV-1 virusstam (virale hepatitis) gebruikt om te beschermen tegen virale hepatitis. Deze stam – die verantwoordelijk is voor sommige vormen van kennelhoest – biedt volledige kruisbescherming tegen virale hepatitis zonder dat het risico bestaat van het optreden van een vaccin-geinduceerd melkglasoog. Op basis van de specifieke situatie van uw huisdier zal uw dierenarts een beslissing nemen over het beste protocol voor uw dier.
    Voor hondenshows en pensions is een recente vaccinatie verplicht.