Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

Urineweginfecties bij honden

Urineweginfecties komen regelmatig voor bij honden, met name bij teven. Meestal dringen bacteriën van buitenaf de urinewegen binnen, van waaruit ze de blaas en soms zelfs de nieren kunnen infecteren. Het optreden van infecties kan worden bevorderd door diverse andere factoren, zoals kristal- of gruisvorming, blaasstenen, onbalans in de voeding of tumoren..

Alles uitvouwen
  • De urinewegen vormen het systeem dat het lichaam gebruikt om vocht en allerlei afvalstoffen te verwijderen. De basis vormen de beide nieren, die het bloed filteren en zuiveren. Overtollig vocht en ongewenste afvalstoffen gaan door een buisje, de urineleider, vanuit iedere nier naar de blaas. Daar wordt de urine opgeslagen. Tijdens het urineren trekt de blaas samen om zich via de grotere, enkelvoudige urinebuis, naar buiten toe te legen.

    Daarnaast beschikken reuen over een prostaat, die zich rond de urinebuis bevindt dicht bij de blaashals. De postaat produceert zaadvocht dat wordt afgevoerd naar de urinebuis.

    Urineweginfecties worden veroorzaakt door bacteriën, zoals Escherichia coli. Deze bacteriën komen normaal voor in de omgeving en rond het achterste van de hond en kunnen gemakkelijk van buitenaf naar binnen dringen via de urinebuis. Telkens als de hond urineert, worden binnengedrongen bacteriën weer naar buiten gespoeld. Indien de hond echter niet vaak genoeg urineert of het aantal bacterien is erg hoog dan krijgen de bacteriën de kans om de blaas te bereiken, waardoor een infectie kan ontstaan. Bij reuen kan ook de prostaat geïnfecteerd raken. Soms breidt de infectie zich via de urineleiders uit naar de nieren. De technische termen voor deze ontstekingen zijn cystitis voor de blaas, prostatitis voor de prostaat en nefritis voor de nieren. Dit zit allemaal vormen van urinewegontstekingen en ze kunnen allemaal tegelijkertijd, maar ook apart van elkaar voorkomen.

    Reuen hebben een veel langere urinebuis en urineren over het algemeen vaker. Dit geeft de bacteriën minder tijd om via de urinewegen het lichaam binnen te dringen voordat ze weer naar buiten worden gespoeld. Urineweginfecties komen bij reuen daarom veel minder vaak voor dan bij teven.

    Er is nog een andere manier waarop bacteriën de urinewegen kunnen binnendringen, en dat is via de bloedbaan. De nieren zijn constant bezig om het bloed te filteren. Het is dan ook niet vreemd dat dit de eerste plek is waar deze infecties zich ontwikkelen. Dit kunnen allerlei soorten bacteriën zijn. Vaak komen ze de bloedbaan binnen vanuit een ernstige tandvleesinfectie of een open wond. Deze vorm van nefritis leidt vaak tot blijvende schade aan de nieren.

    De urine-pH (de zuurgraad van de urine) wordt bij honden beïnvloed door de voeding. Een voeding die de urine basisch (het tegenovergestelde van zuur) maakt, zorgt ervoor dat infecties zich gemakkelijker kunnen ontwikkelen. Een andere factor is de frequentie waarmee de hond urineert. De bacteriën worden niet op tijd weggespoeld als de hond niet vaak genoeg urineert. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als de hond te lang niet wordt uitgelaten of last heeft van artrose en dus moeite heeft met bewegen.

    Ook andere ziektes verhogen het risico op urineweginfecties. De aanwezigheid van tumoren of calculi (gruis en steentjes die  in de urine worden aangetroffen) vergroot de kans op infecties. Grotere stenen blijven in de blaas, maar kleinere steentjes kunnen vastlopen in de urinebuis en de afvoer blokkeren. Er moet dan snel worden ingegrepen!. Hormonale veranderingen kunnen een vergroting van de prostaat tot gevolg hebben. Een specifieke infectieuze ziekte die de nieren kann aantasten is leptospirose.Gelukkig kunnen honden d.m.v.vaccinatie hiertegen worden beschermd.

    In veel artikelen over urineweginfecties die op het internet te vinden zijn en die niet door specialisten geschreven zijn, worden de nieren niet genoemd. Vaak wordt de term urineweginfectie uitsluitend gebruikt voor opstijgende infecties van de blaas en urinebuis. In de praktijk zijn dit inderdaad de meest voorkomende vormen, maar de nieren horen er wel degelijk bij..

  • De symptomen kunnen onder andere zijn:

    • Vaker urineren (een van de eerste tekenen dat een urineweginfectie de blaas heeft bereikt).
    • Ongemak en pijn tijdens het urineren (vaak zal de hond kleine beetjes urine binnenshuis verliezen, en reuen kunnen gaan hurken i.p.v. gewoon de poot op te tillen).
    • Urine kan er rood, bruin of troebel uitzien.
    • Urinestenen veroorzaken weinig directe symptomen bij teven. Bij reuen kunnen urinestenen de nauwere urinebuis echter blokkeren.  Dit moet behandeld worden als een noodgeval. Een infectie of zwelling van de prostaat kan ook oorzaak zijn van problemen met plassen, maar, in tegenstelling tot de situatie bij mensen, leidt zwelling van de prostaat vooral tot problemen met het ontlasten door druk op de einddarm .
    • Als de nieren aangetast zijn, zal het dier vaak ook meer drinken en urineren, en kan de hond door pijn een houding aannemen met een wat gebogen rug.. Daarnaast kan de hond verschijnselen vertonen van algemeen ziek zijn.
  • De diagnose wordt meestal gesteld aan de hand van de klinische verschijnselen in combinatie met een eenvoudige urinestriptest. Met zo’n test kunnen  zuurgraad  en concentratie (“soortelijk gewicht”) van de urine bepaald worden. Daarnaast kan met deze test de aanwezigheid van bloed en eiwitten in de urine worden aangetoond.

    Aanvullend onderzoek kan noodzakelijk zijn voor het aantonen van:

    • Het soort bacteriën dat aanwezig is en hun gevoeligheid voor antibiotica.
    • Eventueel nierletsel.
    • Een verstopping door tumor of calculi.
    • Een vergrote prostaat.
  • De behandeling richt zich op het volgende:

    • Volledige eliminatie van alle ziekmakende bacteriën uit de blaas en nieren.
    • Voorkomen dat nieuwe bacteriën de nieren via de bloedbaan binnenkomen (gebitsverzorging, wondgenezing).
    • Zorgen voor een geschikte pH-waarde (balans tussen zuurheid/basiciteit) in de urine door aanpassingen in de voeding.
    • Zorgen dat de dagelijkse routine van de hond regelmatig urineren toelaat.
    • Verwijderen van blokkades zoals stenen en tumoren.

    Een wat langere antibioticakuur is vaak noodzakelijk. Een veel voorkomende reden voor het mislukken van een behandeling is dat de eigenaar de antibioticakuur niet volledig afmaakt.

    Uw dierenarts zal per geval een behandeling op maat instellen.

  • Het is belangrijk om de hond regelmatig de mogelijkheid te geven zijn behoefte te doen en te zorgen dat hij altijd de beschikking heeft over schoon drinkwater.

    Medicatie en/of een speciale dieetvoeding kunnen worden aangeraden voor honden die een verhoogd risico op urinestenen (calculi) hebben. Bepaalde rassen hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van calculi. Uw dierenarts kan een speciale voeding voorschrijven voor honden met een verhoogde aanleg om het ontwikkelen van urinestenen te voorkomen.