Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

Parvovirose

Parvo

Parvovirose is een zeer besmettelijke virusziekte die dodelijk kan zijn, vooral voor niet of onvoldoende gevaccineerde pups. Het virus wordt uitgescheiden in de ontlasting en kan zeer lang in de omgeving overleven.

Alles uitvouwen
  • Enkele dagen nadat een hond een infectie heeft opgelopen, kan hij al ernstige symptomen vertonen. Het begint met sloom en lusteloos worden, en daarna volgen snel bloederig braken en bloederige diarree. De honden tonen ernstig ziek, verzwakken snel en hebben hoge koorts. Door de combinatie van braken, diarree en verlies van eetlust kan snel uitdroging (dehydratie) optreden. Bij bloedonderzoek worden afwijkingen gevonden zoals bloedarmoede (lage concentratie rode bloedcellen) en een verminderde hoeveelheid witte bloedcellen.

    Vooral niet of onvoldoende gevaccineerde pups lopen risico. De ziekte kan zich snel ontwikkelen en veroorzaakt dehydratie, bloedarmoede en shock. In veel gevallen is het verloop fataal, maar honden die na 5 dagen nog in leven zijn hebben een redelijke kans op herstel.

  • Vaccinatie is een doeltreffende preventieve maatregel. Idealiter moeten pups voor ze blootgesteld worden aan de buitenwereld en daardoor een groot risico lopen om in contact te komen met parvovirus, adequaat gevaccineerd zijn. Een standaard vaccinatieschema voor pups omvat in ieder geval parvo-inentingen op 6, 9 en 12 weken leeftijd.

  • De behandeling is symptomatisch, dient agressief te zijn en moet zo snel mogelijk gestart worden. Het is meestal noodzakelijk om zieke dieren op te nemen waarbij de besmettelijkheid van de aandoening wel een probleem kan zijn. Antibiotica worden gegeven ter bestrijding van secundaire infecties. Om uitdroging tegen te gaan worden per infuus veel vloeistoffen toegediend, en bloedtransfusies of supplementen kunnen worden gegeven ter bestrijding van bloedarmoede. Daarnaast kunnen antibraakmiddelen gegeven worden en middelen tegen de diarree.

    Geïnfecteerde dieren moeten afgezonderd worden van andere honden. Daarnaast moeten strikte hygiënemaatregelen worden genomen. Zo moeten specifieke, effectieve desinfecterende middelen worden gebruikt om besmetting van de omgeving en van de kleding en handen van mensen te voorkomen.

  • De aanwezigheid van een parvovirusinfectie kan vermoed worden in een omgeving waar veel honden zijn (bijv. een kennel), vooral als er pups zijn (tussen 6 weken en 6 maanden oud) met bloederige diarree en/of braken waarbij de zwakkere pups snel overlijden. Er zijn echter ook andere infectieuze organismen die vergelijkbare symptomen kunnen veroorzaken. De diagnose kan bevestigd worden door het virus in de ontlasting te isoleren of door sectie uit te voeren op honden die overleden zijn.