Deze website maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen.
U kunt meer lezen over cookies in onze disclaimer

Nederland

Infectie Door Echinococcus-Soorten Bij Honden En Katten

Echinococcus spp. zijn lintwormen die in de dunne darm van de hond, kat of vos leven, de “eindgastheren” voor de volwassen worm. Echinococcus spp. veroorzaken als volwassen worm weinig ziekteverschijnselen bij gezelschapsdieren en zijn moeilijk vast te stellen. Ze kunnen echter in de vorm van cystes – dus niet als volwassen worm in de darm – ook andere dieren (zogenaamde tussengastheren of toevallige gastheren) besmetten, inclusief de mens. De verschijnselen van een dergelijke besmetting kunnen zeer ernstig zijn en een  belangrijke bedreiging voor de volksgezondheid vormen.

Alles uitvouwen
  • Echinococcus-soorten behoren tot de lintwormen (cestoden) en zijn kleine, platte wormen die uit enkele segmenten bestaan. Volwassen wormen parasiteren honden en katten en leven in de dunne darm. Ze lijken qua vorm op de Taenia lintwormen, maar zijn veel kleiner.

    Honden en katten, maar ook vossen, zijn gastheer voor de volwassen Echinococcus lintworm in hun darmen en worden daarom ook wel “eindgastheer” van deze darmworm genoemd. De volwassen wormen hebben een kop (scolex) die zich vasthecht aan de darmwand van de eindgastheer. Het lichaam hangt in het verterende voedsel in de darmholte. Wormeitjes ontwikkelen zich in de achterste segmenten van de lintworm. Deze breken af wanneer ze volgroeid zijn en komen met de uitwerpselen van het gezelschapsdier mee naar buiten.

    Deze eitjes zijn onmiddellijk infectieus voor een tussengastheer en kunnen door deze worden opgenomen. Het soort tussengastheer, meestal een herkauwer of een knaagdier, hangt af van de Echinococcus-soort. In de tussengastheer kan de lintworm in de vorm van cystes meerdere weefsels of organen (bijv. de lever) besmetten. Indien deze besmette organen door een hond of kat opgenomen worden, bij het eten van karkasdelen of het jagen op wilde knaagdieren, ontwikkelt de lintworm zich in de hond of kat weer tot een nieuwe volwassen worm die eitjes produceert, die vervolgens weer met de uitwerpselen van het dier mee naar buiten komen. Deze kringloop wordt de ‘levenscyclus’ van de lintworm genoemd.

    De grootste bedreiging van deze lintworm is dat de mens ook als tussengastheer kan optreden en besmet kan worden met wormeitjes die door de hond (of in zeldzame gevallen door de kat) worden uitgescheiden. Bij de mens veroorzaakt dit een ernstige infectie die levensgevaarlijk kan zijn (zie “overdracht op de mens”).

    In Europa zijn er twee Echinococcus-soorten: Echinococcus granulosus (de kleine hondenlintworm) die vooral in Zuid-Europa gevonden wordt en Echinococcus multilocularis (de vossenlintworm) die vooral in het midden en oosten van Europa voorkomt.

    Echinococcus granulosus infecteert vooral schapen als tussengastheer. Honden en vossen zijn de eindgastheer en raken besmet door het eten van karkassen of inwendige organen van (met name) schapen, maar ook van varkens, rundvee of paarden. Sommige stammen van deze lintworm gebruiken namelijk paarden, runderen of varkens als tussengastheer. Gebieden in Europa met een belangrijke schapenhouderij (bijv. Schotland) lopen echter het grootste risico op besmetting met deze lintworm.

    Bij Echinococcus multilocularis zijn woelmuizen de belangrijkste tussengastheer. Honden en vossen (en soms katten) zijn de eindgastheren. De mens loopt getalsmatig minder gevaar om met deze lintworm besmet te raken, aangezien daarvoor een combinatie nodig is van een omvangrijke vossenpopulatie en honden die graag knaagdieren eten. Maar de verschijnselen zijn, als infectie optreedt, zeer ernstig en vaak zelfs dodelijk.

  • Volwassen Echinococcus-lintwormen leven in de dunne darm van honden en katten, maar veroorzaken bij deze gezelschapsdieren zelden ziekteverschijnselen. De lintwormen produceren ongemerkt zoveel mogelijk eitjes gedurende het leven van het gezelschapsdier. De eitjes zijn niet meteen besmettelijk voor honden of katten, maar alleen voor de tussenfgastheer. En ze kunnen dus ook mensen besmetten.

    Af en toe kan een oplettende eigenaar de kleine segmentjes in de uitwerpselen zien; het is van groot belang om de dierenarts te raadplegen voor een diagnose. De eitjes kunnen namelijk niet onderscheiden worden van die van andere lintwormen en worden met tussenpozen (soms tot enkele dagen) met de uitwerpselen uitgescheiden. Soms likt het huisdier aan de anus (anale pruritus) als teken van lintworminfectie.

    Ten slotte, indien uw huisdier geen verschijnselen vertoont maar tot een risicogroep behoort (platteland, contact met schapen, eten van karkasdelen, jagen), dient u uw dierenarts te raadplegen voor een regelmatige preventie van deze infectie.

  • Een vermoedelijke diagnose van lintworminfectie wordt gesteld op basis van de voorgeschiedenis van de hond (toegang tot karkassen en/of jagen), in combinatie met eventuele verschijnselen of aanwezigheid van segmenten in de uitwerpselen of rond de anus.

    Een definitieve diagnose, en uitsluiten van infecties door andere lintwormen zoals Dipylidium of Taenia, is echter onmogelijk zonder fecaal onderzoek (van de uitwerpselen van de hond) door een gespecialiseerd laboratorium.

    Bij verdenking van een Echinococcus-infectie of indien een gezelschapsdier tot een risicogroep behoort, dient een doeltreffende, specifieke lintwormbehandeling gegeven te worden onder diergeneeskundig toezicht, en dienen beschermingsmaatregelen genomen te worden voor alle personen die in contact komen met de hond. Vaak wordt in risico-omstandigheden standaard tegen lintworm behandeld zonder voorafgaande laboratoriumanalyse.

  • In gebieden waar lintworminfecties veel voorkomen dienen honden en katten preventief behandeld te worden, aangezien risicopreventie voor de mens van essentieel belang is.

    Lintworminfecties treden vaak onopgemerkt op bij honden en katten, maar kunnen worden overgedragen op de mens die als tussengastheer fungeert en door de cystes in het lichaam  ernstige gevolgen kan ondervinden.

    Echinococcus-wormen worden door de meeste, maar niet alle, gebruikelijke wormmiddelen gedood. Het is van belang om een wormmiddel te gebruiken dat specifiek bedoeld is om deze infectie te behandelen. Dit wordt ook wel “ontwormen” genoemd.

    • Wormmiddelen zijn zeer veilig, werkzaam en vaak gebruiksvriendelijk, zowel voor de eigenaar als voor het dier.
    • Wormmiddelen worden meestal oraal gegeven, in een vorm die gemakkelijk door het dier wordt opgenomen, of kunnen gegeven worden als een spot-on preparaat.

    Uw dierenarts is de aangewezen persoon om u te adviseren bij de keuze van het wormmiddel. Indien dieren door Echinococcus besmet zijn, is het belangrijk dat ze behandeld worden onder diergeneeskundig toezicht. De dierenarts zal u ook adviseren over de hygiënemaatregelen ter preventie van besmetting van de mens (bijv. wassen van de hond om de wormeitjes te verwijderen, het dragen van beschermende kleding, enz.).

  • Gezien het veelvuldig voorkomen van Echinococcus in bepaalde Europese gebieden en het mogelijke ernstige gevaar voor de volksgezondheid, is de preventie van deze parasitaire aandoening van essentieel belang voor alle honden en katten in het gezin. Routinematige preventie van besmetting is daarom zeer wenselijk en zelfs verplicht in bepaalde landen.

    Preventie gebeurt het beste door regelmatig te ontwormen met een geschikt product. Regelmatig ontwormen het hele jaar rond met een werkzaam wormmiddel wordt aanbevolen. Afhankelijk van de risicofactoren van uw huisdier (levensstijl, regionaal optreden van de aandoening, enz.) zal uw dierenarts het ontwormingsschema aanpassen en u adviseren over het te gebruiken product. In bepaalde gebieden en indien uw dier tot een risicogroep behoort, adviseren veterinaire deskundigen op het gebied van parasitologie een regelmatige behandeling, om de 4 à 6 weken, met aangepaste medicatie die lintwormen doeltreffend doodt.

    Bijkomende hygiënemaatregelen zijn van essentieel belang ter preventie van infecties bij huisdieren en mensen. Zelfs bij regelmatig ontwormen is het van belang om uw hond geen rauw vlees te geven en ervoor te zorgen dat uw dier geen toegang heeft tot karkassen en niet jaagt (laat uw hond geen woelmuizen vangen). Een goede hygiëne in het gezin, vooral na het knuffelen van het huisdier of buiten spelen, wordt uiteraard aangeraden.

  • Besmetting door Echinococcus treedt meestal onopgemerkt op bij gezelschapsdieren, maar een van de belangrijkste facetten van deze lintworminfectie is het gevaar voor de mens. Mensen kunnen een toevallige tussengastheer worden nadat ze per ongeluk in contact komen met eitjes afkomstig van de uitwerpselen van een besmette hond of deze per ongeluk opnemen.

    Bij mensen kunnen de Echinococcus-soorten een hydatide of cysteuze echinococcose (door Echinococcus granulosus) of alveolaire echinococcose (door Echinococcus multilocularis) veroorzaken. Dit zijn zeer ernstige infecties bij de mens waarbij de lintworm grote cyste-achtige gezwellen vormt in de lever of andere inwendige organen, wat, indien onbehandeld, fatale gevolgen kan hebben. De ontwikkeling van deze gezwellen (cysten) kan, vooral als ze in de lever of in de hersenen zijn, catastrofale gevolgen hebben door hun grote omvang en moeilijke behandeling. Ze moeten daarom onmiddellijk medicinaal behandeld of indien nodig chirurgisch verwijderd worden.